MENU

News
Category

ea_7311

1280

kledingelektronica

News

mei 2, 2016

Asimina_Kiourti_7240

Asimina Kiourti, wetenschappelijk onderzoeker aan de Ohio State University, toont de borduurtechniek zij en John Volakis uitgevonden voor de integratie van elektronica in de kleding. Het project bereikt onlangs een mijlpaal met antennes en circuits met 0,1 mm precisie-de perfecte precisie voor het aansluiten van elektronische apparaten. Foto door Jo McCulty, met dank aan de Ohio State University.

Onderzoekers die werken aan de ontwikkeling van draagbare elektronica hebben een mijlpaal bereikt: Ze zijn in staat om circuits te borduren in de stof met 0,1 mm precisie de perfecte grootte om elektronische componenten, zoals sensoren en computergeheugen apparaten in de kleding te integreren. Hiermee hebben de onderzoekers van Ohio State University een volgende stap gezet in de richting van het ontwerp van functionele kleding die in staat is digitale informatie te verzamelen, op te slaan en te verzenden. Verdere ontwikkeling van de technologie kan wellicht leiden tot shirts die fungeren als antenne voor uw smartphone of tablet, sportkleding die uw conditie controleert, sportartikelen die de prestaties van atleten ‘bewaken’, een pleister die uw arts vertelt hoe goed het weefsel eronder geneest of een muts die activiteit detecteert in de hersenen.

 

 

Lees verder op https://news.osu.edu/news/2016/04/13/computers-in-your-clothes-a-milestone-for-wearable-electronics/

Read article

Dankzij Anton van Zanten raken auto’s niet in een slip

News

april 27, 2016

Uitvinder rijveiligheidssysteem genomineerd voor de Lifetime Achievement Award in de European Inventor Awards, de jaarlijkse uitvindersprijzen van het Europees Octrooibureau (EOB)

Munchen, 26 April 2016 – Wanneer je als automobilist plotseling hard moet remmen, loop je kans in een slip te raken. Dankzij het ESP-rijveiligheidssysteem blijft de auto echter veilig op de weg en wordt de kans op een aanrijding geminimaliseerd. Niet voor niets wordt deze ‘elektronische beschermengel’ gezien als de belangrijkste bijdrage aan verkeersveiligheid na de veiligheidsgordel. De Nederlandse uitvinder Anton van Zanten – inmiddels 75 – is zijn leven lang bezig geweest met het verbeteren van rijveiligheidssystemen en bracht meerdere uitvindingen op de markt.

Voor deze prestaties heeft het EOB Van Zanten – samen met twee andere finalisten – genomineerd voor een European Inventor Award in de categorie Lifetime Achievement Award. De uitreiking van deze jaarlijkse prijzen vindt plaats op 9 juni in Lissabon.

“Anton van Zanten’s uitvinding heeft de wegen veiliger gemaakt en duizenden levens over de hele wereld gered “, aldus EOB President Benoît Battistelli tijdens de aankondiging van de 15 finalisten van de European Inventor Award 2016. “Inmiddels is zijn ESP technologie verplicht in alle nieuwe Europese auto’s, wat een mooi voorbeeld is van hoe een gepatenteerde technologie de productienormen van een hele industrie kan veranderen.”

Elektronische beschermengel

Het probleem van het “vergrendelen” van de wielen en het verlies van controle door  bestuurders als die plotseling moeten remmen, heeft automotive ingenieurs decennia bezig gehouden. Als jonge onderzoeker vermoedde Van Zanten reeds dat het effect kon worden voorkomen door het aanpassen van de remdruk voor ieder afzonderlijk wiel, gebaseerd op feedback van sensoren die factoren als snelheid en de beoogde rijrichting meten. Om tot een oplossing te komen, ontwikkelden Van Zanten en zijn team bij het Duitse Bosch het on-board ESC computersysteem – ook bekend als ESP®.

ESP komt in actie als het voertuig zich in een andere richting beweegt dan de stuurrichting aangeeft. De afzonderlijke wielen worden afgeremd, waardoor het voertuig gestabiliseerd wordt en in de juiste richting gestuurd. Als een voertuig over EPS beschikt, beschikt het automatisch ook over twee andere veiligheidssystemen; namelijk ABS (antiblokkeersysteem) en ASR (tractiecontrole).

Wat ABS en ASR doen voor de lengtedynamica van het voertuig, doet ESP voor de dwarsdynamica. ESP zorgt voor stabiel rijgedrag in alle richtingen. En dat allemaal binnen een honderdste van een seconde, sneller dan een mens kan reageren.

Voorkomen dodelijke ongelukken

Het systeem werd al in 1987 succesvol getest, maar toen namen de computers bijna nog het hele interieur in beslag. Het duurde daarom nog tot halverwege de jaren ’90 tot microprocessortechnologie het mogelijk maakte de verschillende componenten drastisch te verkleinen. De eerste auto die met het EPS systeem werd uitgerust was een limousine uit de Mercedes-Benz S-klasse. Sinds de lancering in 1995, heeft ESP bijna 260.000 verkeersongevallen verhinderd en daarmee alleen in Europa al 8.500 levens gered, zo blijkt uit onderzoek van Bosch.

Volgens schattingen van de Amerikaanse National Highway Traffic Safety Administration, voorkomt ESP een derde van wat anders dodelijke verkeersongelukken zouden zijn. Breder gezien voorkomt ESP crashes, waar veiligheidsgordels en de airbag ‘slechts’ de kans op letsel zoveel mogelijk beperken. Sinds 2014 zit het systeem in de Europese Unie verplicht in alle nieuw geregistreerde personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen. Vandaag de dag zijn er door Bosch meer dan 150 miljoen ESP systemen geproduceerd. Wereldwijd is 64% van de auto’s uitgerust met het systeem. Industrie-analisten voorspellen dat de markt voor deze technologie in 2019 zal uitgroeien tot 38,4 biljoen euro per jaar.

Ruim 40 jaar ervaring in rijveiligheid

Anton van Zanten studeerde werktuigbouwkunde aan de Technische Universiteit Eindhoven en behaalde daarna in 1973 een doctoraat aan de Cornell University. Hier legde hij ook de basis voor wat later tot de ESP technologie zou uitgroeien. In 1977 startte hij bij het Duitse bedrijf Robert Bosch, waar hij lid was van een team dat werkte aan het antiblokkeersysteem (ABS), een techniek die vervolgens de EPS technologie mogelijk maakte. Tijdens het testen reed de uitvinder zelf in een testauto bomvol elektronica op ijzige wegen, met volledig vertrouwen in zijn veiligheidssysteem.

Van Zanten: “Je wordt alleen een uitvinder als je niet tevreden bent. Als je tevreden bent met alles, dan mis je de drang om iets nieuws te creëren.” Met een carrière waarin hij meer dan 40 jaar actief was op het gebied van rijveiligheid, heeft Van Zanten ongeveer 180 octrooien op zijn naam staan, waarvan 36 betrekking hebben op de veiligheid van auto’s. De technologie won 110 prijzen, waaronder de Henry Ford II Distinguished Award for Excellence in Automotive Engineering (1995) en de Ferdinand Porsche Prize (1999). Sinds 2003 is Van Zanten gepensioneerd. Vandaag de dag doceert hij aan verschillende universiteiten en adviseert hij toonaangevende bedrijven in de autobranche.

Read article

Schermafbeelding 2016-04-26 om 11.44.34

1355

Gefeliciteerd met je 142ste verjaardag, Guglielmo Marconi

News

april 26, 2016

 

Waldina.com stuurt ons elke dag een felicitatie met de verjaardag van een beroemdheid, levend of niet meer levend met de vaste zin:

The world is a better place because he was in it and still feels the loss that he has left.

Dat geldt ook voor Guglielmo Marconi. Een van de grote grondleggers van de communicatietechnologie, de draadloze radiocommunicatie. Bij deze gelegenheid de korte monografie over Marconi uit het boek Technisch Top van Ton van Doorn† Hier te koop: http://shop.newscientist.nl/shop/technisch-top/121188171/kopen.html en hier is het verhaal over Marconi te lezen als PDF page from TechnischTop_spreads_26_mei_2015 kopie

page from TechnischTop_spreads_26_mei_2015 kopie

 

 

 

Read article

Bron: Brainport

1401

Nieuw R&D-instituut voor fotonica helpt voorkomen dat internet vastloopt

News

april 22, 2016

Foto: TU Eindhoven/Cobra vakgroep PSN, TN TUe: SNOM/lensed fiber setup (groep Heijden)

Foto: TU Eindhoven/Cobra
vakgroep PSN, TN TUe: SNOM/lensed fiber setup (groep Heijden)

Eindhovens fotonica-onderzoek staat aan basis van markt van honderden miljarden euro’s

Door de gigantische groei van onder meer online video en mobiele data, dreigt het internet vast te lopen, qua capaciteit en qua stroomverbruik. Fotonische chips, die werken op basis van lichtsignalen in plaats van elektrische signalen, zijn de oplossing. Bedrijven en overheid in de VS investeren daarom 600 miljoen dollar in de R&D. In Eindhoven, dat wereldwijd hierin voorop loopt vooral door het TU/e-onderzoek, gaat op 25 april het Institute for Photonic Integration van start. Met als eerste doel: ervoor zorgen dat internet snel blijft en duurzamer wordt.

Explosieve groei

Het dataverbruik door mensen, en door apparaten (‘internet of things’) groeit explosief. Gemiddeld verdubbelt het wereldwijde dataverkeer elke drie jaar, en in sommige netwerken zelfs bijna elk jaar. Nu al gebruiken datacentra wereldwijd meer dan drie procent van alle beschikbare elektriciteit, en zonder maatregelen groeit dat naar tientallen procenten van de wereldwijde stroomproductie. Bovendien kan de capaciteit van elektronische datatransmissie in connecties naar de eindgebruikers, en in de data centers deze verkeersgroei niet bijbenen.

Zuiniger én meer capaciteit

Fotonica biedt de oplossing. Datatransport verloopt al grotendeels via fotonica, via glasvezelkabels, waarin data met lichtsignalen wordt verstuurd. De naam fotonica is gebaseerd op het woord foton, Grieks voor ‘lichtdeeltje’. Maar de verwerking van data, in de talloze netwerkknooppunten, gebeurt grotendeels nog elektronisch, met micro-elektronische chips. Die moeten vervangen worden door fotonische chips, omdat die veel zuiniger zijn én veel meer capaciteit hebben. Het Institute for Photonic Integration gaat deze chiptechnologie ontwikkelen.

https://www.tue.nl/onderzoek/research-centers/institute-for-photonic-integration/

Open innovatie

Het nieuwe instituut gaat wetenschappelijk onderzoek doen en prototypes ontwikkelen waarmee de industrie nieuwe fotonische producten naar de markt kan brengen. Dit in nauwe samenwerking met bedrijven en andere universiteiten, en met open innovatie, zodat de technologie zo snel mogelijk vooruit komt en de markt bereikt. Er zijn nu al zo’n driehonderd onderzoekers bij het instituut betrokken en dat aantal zal binnen vijf jaar verdubbelen. Hoofdopgaven van het instituut zijn onder meer het verder verkleinen van de chip-componenten, verlagen van het energieverbruik, meer functies bij elkaar brengen op een chip, en verlagen van de kosten.

Honderden miljoenen

De markt voor producten met fotonische chips groeit naar verwachting binnen twintig jaar naar honderden miljarden euro’s. Dat betreft niet alleen datacommunicatie, maar ook andere toepassingen. Fotonische chips zijn bijvoorbeeld geschikt om eigenschappen van materialen en weefsels te meten, waardoor allerlei nieuwe toepassingen in bijvoorbeeld de gezondheidszorg, de procesindustrie, veiligheid, mobiliteit en de agro-food mogelijk worden. “We staan nu op hetzelfde punt als met de micro-elektronica in de jaren zestig”, stelt Ton Backx, directeur van het instituut, en hoogleraar aan de TU Eindhoven. “We konden toen niet vermoeden hoeveel invloed micro-elektronica op ons leven zou gaan hebben. Met geïntegreerde fotonica gaat hetzelfde gebeuren.”

Alle mensen op de wereld

Het Institute for Photonic Integration bouwt voort op TU/e-onderzoeksschool COBRA, die wereldwijd leidend is in de ontwikkeling van geïntegreerde fotonica en daarop gebaseerde systemen. Zo realiseerde het instituut onlangs nog ’s werelds snelste glasvezelverbinding, met 255 Terabit per seconde. Dat is genoeg om alle mensen op de wereld tegelijk te laten telefoneren. In 2013 kreeg COBRA een Zwaartekrachtsubsidie van 20 miljoen euro.

600 miljoen dollar

Ter gelegenheid van de start van het instituut is er een dagsymposium, met sprekers uit de wetenschap en uit de industrie. Een vooraanstaand spreker in het programma is Thomas Koch, lid van het management team van het American Institute for Manufacturing Photonics, en wetenschappelijk leider van het R&D-programma waar de VS 600 miljoen dollar in investeren. Meer informatie over het symposium staat op http://www.phisymposium.org/

.

Read article

UtrechtsArchief-VenD-Lange-Viestraat-1s

1446

Internationale Architectuur Biennale Rotterdam

News

april 21, 2016

UtrechtsArchief-VenD-Lange-Viestraat-1s

 

 

IABR–2016 is twee maanden lang platform voor debat over de toekomst van de stad in de next economy Internationale Architectuur Biennale Rotterdam opent op 23 april deuren voor zevende editie   In het weekend van 23 en 24 april lost de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR) het startschot voor IABR–2016–THE NEXT ECONOMY in de voormalige koffie opslag Fenixloods II op Rotterdam Katendrecht. De zevende editie van de IABR toont verbeeldingen van de stad in de next economy en nodigt iedereen uit om daarover actief te komen meedenken en meepraten. In het uitgebreid programma WHAT’S NEXT? bestaande uit conferenties, lezingen, workshops, ontmoetingen, brainstorms en debatten kunnen bezoekers deelnemen aan de discussie. De belangrijkste conclusies van elf weken kennisuitwisseling worden op zondag 3 juli in een publicatie en een slotdebat gedeeld met het publiek. De tentoonstelling van IABR—2016–THE NEXT ECONOMY laat een waaier aan mogelijke toekomsten zien: van radicale scenario’s voor de energietransitie tot voorbeelden van experimentele, coöperatieve gebiedsontwikkeling; en van megaprojecten op de Noordzee en in Afrika tot lokale initiatieven in Zuid-Amerika, China en Rotterdam. IABR-2016 is naast een tentoonstelling ook een werkruimte met een doorlopend programma. Het actuele programma is terug te vinden op de website. Tickets zijn nu al online te koop via de ticketshop. NEXT STEPS met RUIMTEVOLK Op dinsdag 26 april start Next Steps, een serie van zes dinsdagavonden waarin RUIMTEVOLK de vragen op scherp zet die de zoektocht naar de Next Economy opwerpt. Hoe gaan ontwerpers, bestuurders en professionals in wijk, stad, regio, land en wereld om met de thema’s die IABR–2016 aansnijdt: de energietransitie, de gezonde stad en de productieve stad? Hoe kunnen ontwerpers bijdragen aan minder ruimtelijke scheiding tussen kansarmen en winnaars, aan een meer inclusieve stad? Wat kan de bijdrage van ontwerp zijn aan een stedelijke economie die lokaal waarde toevoegt en circulair is?   NEXT TALKS Vanaf vrijdag 29 april verdiepen internationale sprekers iedere vrijdagmiddag in de Next Talks het debat over de stad in de Next Economy. De eerste gast op het programma is Mark Swilling (University of Stellenbosch en Sustainability Institute Cape Town), gastcurator van Urban Africa: What’s Next? Verder o.a. Francine Houben (architect, Mecanoo, Delft, curator van de 1e IABR), Keller Easterling (architect, Yale School of Architecture, Connecticut), Anab Jain (directeur Superflux), Jack Self (REAL Foundation, Londen; curator 2016 British Pavilion, Biennale van Venetië), Edgar Pieterse (directeur African Centre for Cities, University of Cape Town) en Oliver Wainwright (architectuurcriticus van The Guardian, Londen). NEXT SALONS In de Next Salons zoomt IABR-2016 hoofdcurator Maarten Hajer op vier zondagmiddagen in op actualiteiten die hun weerslag hebben op het debat over de Next Economy. Next Salon #1 vindt plaats op zondag 24 april en gaat in op de toegevoegde waarde van de informele economie. Gasten zijn onder meer Fernando de Mello Franco (architect, Wethouder Stadsontwikkeling van São Paulo en lid van het Curator Team van de 5e IABR: Making City), Kees Christiaanse (architect, professor aan de ETH Zürich en Curator van de 4e IABR: Open City) en Arbi Mazniku (locoburgemeester van Tirana, Albanië). In Next Salon #2 op 22 mei is Rijksbouwmeester Floris Alkemade de hoofdgast en gaat het over de vraag hoe we vluchtelingen, nu en in de toekomst, integreren in onze stedelijke economieën. Andere gasten zijn onder meer de architecten Merve Bedir, die veel met vluchtelingen werkt in Nederland en in Turkije, en Femke Bijlsma, medeoprichter van de Refugee Company. ATELIERPRESENTATIES EN CONFERENTIES Tijdens IABR–2016 worden in het auditorium en de werkruimtes conferenties en andere activiteiten georganiseerd door de IABR en haar partners. Op het programma staan onder meer de samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken georganiseerde conferentie Sustainable Urban Deltas in het kader van de bijeenkomst van de internationale Delta Coalitie; de lancering van de eerste Rotterdamse Resilience Strategy; de 20e Metrex Conferentie en een debat over Energie, Ruimte en Regio in samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De uitkomsten van ruim twee jaar ontwerpend onderzoek in de IABR–Ateliers zijn niet alleen ankerpunten van de tentoonstelling, maar zijn ook onderwerp van debat. Vervolgstappen in Groningen, Utrecht, Rotterdam, Brussel en op de Noordzee worden verkend met overheid, bedrijfsleven en betrokkenen. NEXT OP ZUID Fenixloods II is niet alleen een aantrekkelijke thuisbasis voor IABR–2016, er komen in en rond Katendrecht ook veel opgaven samen waarmee Rotterdam de komende decennia te maken krijgt bij de transitie naar een Next Economy. Daarom ontwikkelde de IABR het programma Next op Zuid, samen met een brede lokale alliantie: de Afrikaanderwijk Coöperatie, Freehouse, het Verhalenhuis, Heijmans, AIR, Maassilo, DitIsZuid, De Rotterdam Tours, RAAF en anderen. De kennis van lokale partners en stakeholders wordt hier gekoppeld aan het internationale kennisnetwerk van de IABR. Next op Zuid bestaat uit onder meer lunchlezingen, presentaties, workshops en rondleidingen.   TICKETS EN NEXT COMMUNITY CARD Tickets voor IABR–2016–THE NEXT ECONOMY zijn vanaf 23 april verkrijgbaar bij de kassa in de Fenixloods II of via de online ticketshop. Voor het bezoek aan meerdere lezingen of debatten is er de IABR–Next Community Card. Deze biedt tot 10 juli onbeperkt toegang tot de tentoonstelling en het programma WHAT’S NEXT? Community Card houders krijgen tevens 15% korting op de catalogus en worden persoonlijk uitgenodigd voor het slotdebat op 3 juli 2016.   IABR–2016–THE NEXT ECONOMY In het weekend van 23 en 24 april 2016 lost de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR) het startschot voor haar zevende editie: IABR–2016–THE NEXT ECONOMY. Onder leiding van algemeen directeur George Brugmans en hoofdcurator Maarten Hajer stelt een internationaal Curator Team opnieuw de toekomst van de stad centraal, met als hoofdvraag: wat is de relatie tussen ruimtelijke vormgeving en de economie van morgen? IABR–2016 is tot en met 10 juli 2016 het platform voor creatieve coalities van ontwerpers, bestuurders, bedrijven, burgers en andere agents of change met nieuwe ideeën en verbeeldingen van de stad van de 21e eeuw. Op zondag 3 juli organiseert de IABR een groot slotdebat, waarin de belangrijkste conclusies van elf weken kennisuitwisseling gedeeld worden met het publiek.

Read article

Schermafbeelding 2016-04-20 om 11.34.05

1506

Alweer een robotmens, een ‘godin’ nog wel.

News

april 20, 2016

Schermafbeelding 2016-04-20 om 11.34.05

Vorige week is een ultra-realistische robot onthuld door onderzoekers van de Universiteit van Wetenschap en Technologie in China (USTC). Jia Jia, zoals de vrouwelijke robot is genoemd, is in staat tot elementaire communicatie, interactie met mensen in de buurt, en tot natuurlijke gezichtsuitdrukkingen. Helaas zijn veel van haar voorgeprogrammeerde interacties zeer stereotiep.

Bijvoorbeeld, als Jia Jia merkt dat iemand een foto van haar neemt, ze zal de fotograaf vragen om een paar passen achteruit te doen omdat anders haar gezicht te dik lijkt op de foto. Jia Jia komt niet veel verder dan dat.. Essentiële menselijke emotionele reacties zoals lachen en huilen zitten niet in het repertoire van de robot. Haar handen zijn ook levenloos gelaten. Ze reageert verder superonderdanig. Op de groet “Hallo,” komt direct het antwoord: “Ja, mijnheer. Wat kan ik voor u doen?”
We hebben onlangs een paar andere ultra-realistische vrouwelijke robots gezien. Een paar weken geleden presenteerde een ontwerper uit Hong Kong “Mark 1″, een $ 50.000 kostende vrouwelijke robot hij zelf heeft gebouwd naar het evenbeeld van actrice Scarlett Johansson. Het project, dat een jaar vergde, was vermoedelijk de vervulling van een jongensdroom. Net als Jia Jia, is Mark 1 in staat tot elementaire menselijke interactie. Mark 1 overtreft eigenlijk Jia Jia omdat hij zijn ledematen kan bewegen, zijn hoofd draaien, buigen, glimlachen en knipogen.
En dat is slechts het meest recente voorbeeld. Vorig jaar kwamen onderzoekers van het Intelligent Robotics Laboratory van Osaka University in Japan en Shanghai Shenqing industrie in China met Yangyang, een dynamische robot die griezelig lijkt op Sarah Palin. Yangyang beschikt meer dan Jia Jia overmaken mogelijkheden om te knuffelen en handen te schudden.
De USTC onderzoekers deden drie jaar over het ontwikkelen van Jia Jia, een hobbyproject. En ze zijn nog niet klaar. Teamleider Chen Xiaoping hooptzegt dat hij hoopt hun creatie te vervolmaken door haar uit te rusten met kunstmatige intelligentie door middel van z.g. deep learning zodat zij het vermogen krijgt om gezichtsuitdrukkingen van mensen te herkennen, aldus Xinhua News. Chen hoopt van Jia Jia een
intelligente ‘robot godin te maken. Hij voegt eraan toe dat dit een prototype is en nog onbetaalbaar is en dat nog geen rekening is gehouden met massaproductie.

http://www.digitaltrends.com/cool-tech/robot-goddess/?&utm_term=DT%20Newsletter%20-%20Daily%20Subscribers 3/7

Read article

JacquesvanDongen

1947

Kanker opsporen via de ‘vuilniswagens’ van het afweersysteem

News

april 19, 2016

T-cellen-vallen-kankercel-aan. Bron: doktermedia.nl

T-cellen-vallen-kankercel-aan. Bron: doktermedia.nl

Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) heeft een nieuwe toponderzoeker aangesteld. Prof. Jacques J.M. van Dongen verhuist met zijn onderzoeksgroep van het Erasmus MC naar het LUMC. Hier gaat hij met steun van de Raad van Bestuur een Immuunmonitoring Platform opzetten en coördineren. De nieuwe Leidse hoogleraar ontvangt bovendien een Europese ERC Advanced Grant van 2,5 miljoen euro voor zijn onderzoek naar het aantonen van kanker via afweercellen in het bloed.

Van Dongen is expert op het gebied van immuunmonitoring: het nauwkeurig observeren van het afweersysteem door te kijken naar de verschillende afweercellen die circuleren in het bloed. Dit is onder meer van belang bij patiënten die therapie krijgen die het afweersysteem onderdrukt, zoals een beenmergtransplantatie of prednison. “Daarnaast is de laatste tien jaar veel vooruitgang geboekt met targeted therapy, waarbij een beperkter deel van het afweersysteem wordt onderdrukt”, vertelt Van Dongen. “Dat zorgt voor minder bijwerkingen en een betere kwaliteit van leven. Maar ook bij targeted therapy raakt het immuunsysteem beschadigd of gewijzigd. Met immuunmonitoring kun je onderzoeken hoe groot die wijzigingen zijn, of ze kunnen herstellen en hoe lang dat duurt.” Zo kan het afweersysteem door therapie een deel van zijn ‘geheugen’ kwijtraken. “Wij onderzoeken hoe we het afweersysteem kunnen begeleiden om weer te herstellen – bijvoorbeeld met vaccinaties.”

ERC Advanced Grant

Daarnaast gaat Van Dongen onderzoek doen naar een nieuw concept om kanker aan te tonen. Hiervoor ontving hij van de Europese Commissie een ERC Advanced Grant van 2,5 miljoen euro. “Zo’n grant is bedoeld voor innovatief onderzoek waarvan de uitkomsten relatief onzeker zijn, maar dat bij succes een grote impact zal hebben – high risk, high gain dus.” Van Dongen hoopt de aanwezigheid van kanker in het lichaam af te kunnen lezen uit bepaalde afweercellen in het bloed. Het gaat om macrofagen: de ‘vuilniswagens’ die in het weefsel dode cellen opruimen en hun afval vervoeren via de bloedbaan. “Heel simpel gezegd willen wij de vuilniszakken openen en kijken of er sporen van kankercellen in zitten. Zo ja, dan willen we ook nog het adres aflezen: zit die kanker in de darmen, in de hersenen of in de longen?” Als alles lukt, dan kan deze nieuwe onderzoekstechniek kanker in een zeer vroeg stadium aantonen, zonder dat de patiënt daarvoor scans of weefselbiopten hoeft te ondergaan. Een bloedprikje volstaat. De techniek zou ook inzetbaar kunnen zijn voor het monitoren van patiënten die succesvol behandeld lijken, maar bij wie mogelijk toch uitzaaiingen zijn ontstaan.

verder lezen? http://www.kanker.be/nieuws/immuun-tegen-kanker-artikel-over-immuuntherapie-de-morgen-02-jun-2015

Read article

All the movies, images, emails and other digital data from more than 600 basic smartphones (10,000 gigabytes) can be stored in the faint pink smear of DNA at the end of this test tube.Tara Brown Photography/ University of Washington

4165

supergeheugen in DNA

News, Publications

april 16, 2016

The Molecular Information Systems Lab research team: Front (left to right): Bichlien Nguyen, Lee Organick, Hsing-Yeh Parker, Siena Dumas Ang, Chris Takahashi. Back (left to right): James Bornholt, Yuan-Jyue Chen, Georg Seelig, Randolph Lopez, Luis Ceze, Karin Strauss. Not pictured: Doug Carmean, Rob Carlson, Krittika d’Silva. Credit: Tara Brown Photography/University of WashingtonTara Brown Photography/University of Washington

The Molecular Information Systems Lab research team: Front (left to right): Bichlien Nguyen, Lee Organick, Hsing-Yeh Parker, Siena Dumas Ang, Chris Takahashi. Back (left to right): James Bornholt, Yuan-Jyue Chen, Georg Seelig, Randolph Lopez, Luis Ceze, Karin Strauss. Not pictured: Doug Carmean, Rob Carlson, Krittika d’Silva. Credit: Tara Brown Photography/University of WashingtonTara Brown Photography/University of Washington

Technologie bedrijven bouwen voortdurend enorme datacenters om al onze babyfoto’s, financiële transacties, grappige kat video’s en e-mailberichten op te slaan. Maar met een nieuwe techniek ontwikkeld door de Universiteit van Washington en Microsoft onderzoekers kan de ruimte die nu nog nodig is voor een datacentrum ter grootte van een flinke supermarkt krimpen tot het formaat van een suikerklontje.

In een presentatie tijdens de ACM International Conference over ondersteuning van programmeertalen en besturingssystemen, heeft het team van informatici en elektrotechnici gedetailleerd uiteengezet hoe één van de eerste complete systemen werkt voor het coderen, opslaan en ophalen van data met behulp van DNA-moleculen. Dat gaat dan miljoenen malen compacter dan met de huidige chiptechnologie.

All the movies, images, emails and other digital data from more than 600 basic smartphones (10,000 gigabytes) can be stored in the faint pink smear of DNA at the end of this test tube.Tara Brown Photography/ University of Washington

All the movies, images, emails and other digital data from more than 600 basic smartphones (10,000 gigabytes) can be stored in the faint pink smear of DNA at the end of this test tube.Tara Brown Photography/ University of Washington

 

Auteurs van het artikel zijn James Bornholt (promovendus in de computerwetenschap), Randolph Lopez (promovendus in bioengineering), Luis Ceze, (universitair hoofddocent informatica en techniek), Georg Seelig (universitair hoofddocent elektrotechniek en informatica en engineering) en Microsoft onderzoekers Doug Carmean en Karin Strauss.

In een bepaald experiment codeerde het team met succes digitale gegevens van vier beeldbestanden in de nucleotidesequenties van synthetische DNA-fragmenten. Nog belangrijker, ze waren ook in staat om dat proces om te keren – het ophalen van de juiste sequenties uit een grotere pool van DNA en de beelden te reconstrueren zonder verlies van een enkele byte aan informatie. Het team heeft ook gegevens weggeschreven en weer opgehaald die gearchiveerde videobestanden verifieert van het project Stemmen van het Rwanda-tribunaal, dat interviews bevat met rechters, advocaten en ander personeel van de Rwandese oorlogsmisdaad-tribunaal.

‘DNA slaat de informatie op die nodig is voor een levend organisme op een doelmatige en duurzame manier op’, stelt co-auteur Luis Ceze. ‘We geven deze opslagcapaciteit in wezen een herbestemming om digitale gegevens op te slaan – foto’s, video’s, documenten – op een beheersbare manier voor honderden of duizenden jaren.’

 

Schermafbeelding 2016-04-16 om 14.12.19

Lee Organick, a UW computer science and engineering research scientist, mixes DNA samples for storage. Each tube contains a digital file, which might be a picture of a cat or a Tchaikovsky symphony.Tara Brown Photography/ University of Washington

 

 

De omvang van het digitale universum – alle computerbestanden ter wereld – doorbreekt naar verwachting in 2020 de grens van 44 x 10 tot de twaalfde macht gigabytes. Dat is een vertienvoudiging ten opzichte van 2013, en dat is evenveel data als er nu passen in zes stapels tablets even hoog als de afstand van de aarde naar de maan. Hoewel alle informatie niet hoeft te worden bewaard, neemt de productie van gegevens sneller toe dan de opslagcapaciteit. Flash drives, harde schijven, magnetische en optische media – DNA-moleculen kunnen gegevens vele miljoenen malen dichter opeenpakken dan deze technologieën voor digitale opslag. Deze media gaan ook kapot na enkele jaren of decennia, terwijl DNA informatie eeuwen kan behouden.

DNA is beter geschikt voor archivering dan voor directe benadering van data.De onderzoekers ontwikkelden een nieuwe benadering om de lange reeksen enen en nullen in digitale gegevens om te zetten in de vier DNA-bouwstenen – adenine, guanine, cytosine en thymine.’Hoe ga je vanuit enen en nullen naar As, Gs, Cs en Ts is werkelijk van belang, want als je het slim aanpakt, kun je deze zeer compact maken zonder dat je veel fouten krijgt’, stelt co-auteur Georg Seelig. ‘Als je het verkeerd aanpakt, krijg je juist veel fouten.’ De data wordt in stukjes gehakt en opgeslagen door het synthetiseren van een enorm aantal kleine DNA-moleculen, gedehydreerd of verduurzaamd voor langdurige opslag.De UW- en Microsoftonderzoekers hebben  ook  het random acces-vermogen aangetoond  – om de juiste sequenties te identificeren en op te halen uit deze grote verzameling van willekeurige DNA-moleculen, vergelijkbaar met het reconstrueren van een hoofdstuk van een boek  uit een bibliotheek van verscheurde boeken.

De onderzoekers hebben het vermogen van “random access” aangetoond – het vermogen dus om de juiste volgorde te bepalen om willekeurig gerangschikte DNA-moleculen, vergelijkbaar met het op volgorde leggen van losse pagina’s die uit een boek zijn gescheurd en door elkaar liggen.

Om op een later toegang te hebben tot de opgeslagen gegevens, coderen de onderzoekers ook wat je de postcodes en huisadressen in de DNA-sequenties kunt noemen. Dat gebeurt met behulp van Polymerase Chain Reaction (PCR) technieken – die vaak gebruikt worden in de moleculaire biologie. Die markeringen helpen hen gemakkelijker de postcodes ze zoeken te identificeren. Met behulp van DNA-sequencingtechniek, kunnen de onderzoekers vervolgens de gegevens uitlezen en terugvertalen naar een video-, afbeelding- of documentbestand door de data aan de hand van de straatadressen opnieuw te ordenen.

Momenteel is de grootste barrière voor levensvatbare DNA-opslag de kostprijs en efficiëntie waarmee DNA op grote schaal kan worden gesynthetiseerd (of bereid) en gesequenced (uitgelezen). Maar de onderzoekers zeggen dat er geen technische belemmering is.

Vooruitgang in de DNA-opslag vertrouwt op technieken uit de biotechnologie-industrie, maar ook op kennis uit de computertechnologie. De encodingaanpak van het team, bijvoorbeeld, is gebaseerd op de foutcorrectie die vaak wordt gebruikt in computergeheugen. ‘Dit is een voorbeeld waar we iets van de natuur lenen – DNA – om informatie op te slaan. Maar we gebruiken wat we kennen van computers – hoe je in het geheugen fouten corrigeert – passen dat toe in de natuur’, zegt Ceze. ‘Deze multidisciplinaire aanpak is wat dit project spannend maakt. We putten uit een verschillende disciplines om de grenzen van wat mogelijk is met DNA op te verleggen.’

‘En daarmee creëren we een opslagsysteem met een ongekende dichtheid en duurzaamheid’, zegt Karin Strauss

Het onderzoek is gefinancierd door Microsoft Research, de National Science Foundation, en de David Notkin Endowed Graduate Fellowship.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Luis Ceze:luisceze@cs.washington.edu , Georg Seelig bij gseelig@u.washington.edu. of Karin Strauss: TNRPR@we-worldwide.com.

 

 

 

http://www.washington.edu/news/2016/04/07/uw-team-stores-digital-images-in-dna-and-retrieves-them-perfectly/

Read article

Schermafbeelding 2016-04-13 om 11.44.39

2415

Siemens zint op overname Emerson Electric (Handelsblatt)

News, Uncategorized

april 13, 2016

Siemens Chief Executive Joe Kaeser maakt misschien van 2016 opnieuw een jaar van grote overnames.

Het Münchense concern gevestigde Siemens is in gesprek met Emerson Electric om diens elektriciteitsnetwerk te kopen, melden persbureaus Reuters en Bloomberg.

Het bedrijf zou vier miljard dollar of 3,5 miljard euro waard zijn volgens Reuters. Emerson Network Power had een omzet van $ 4,4 miljar in het 2015.

Siemens heeft sinds december 2013 zo’n tien miljard dollar uitgegeven aan overnames. Het weigerde commentaar te geven op de berichten.

De Emersondeal zou Siemens’ grootste zijn sinds de overname ter waarde van $ 7,6 miljard van de Amerikaanse specialist in olie-apparatuur Dresser Rand vorig jaar.

Sinds Kaeser ceo werd in augustus 2013, heeft Siemens met het kopen en verkopen van activiteiten gepoogd de winstgevendheid en omzet te verhogen om de concurrentie met aartsrivalen General Electric, het Zwitserse ABB en het Franse Schneider Electric bij te houden.

Siemens is ook in gesprek met de Spaanse windturbinemaker Gamesa over een mogelijke fusie of een combinatie van activiteiten met Siemens Windturbines, dat tot ‘s werelds grootste fabrikant van windturbines zou kunnen leiden .

Amerikaanse bedrijven waren een belangrijk doel het afgelopen jaar. In januari kocht Siemens kocht de Amerikaanse softwarespecialist CD-Adapco voor bijna $ 1 miljard. een overname, waarvoor Kaeser kritiek kreeg vanwege de hoge prijs die Siemens betaalde.

Het in St. Louis gevestigde Emerson stelde vorig jaar juni dat het af wilde van om zijn elektriciteitsnetwerk om zich te concentreren op industriële automatisering en klimaattechnologieën. Het Amerikaanse bedrijf is ook in gesprek met private equity firma’s, met inbegrip van Platinum Equity, om het bedrijf af te stoten, terwijl andere bedrijven ook interesse hebben getoond, meldde Reuters.

Bron; Handelsblatt

Schermafbeelding 2016-04-13 om 11.44.10

 

https://global.handelsblatt.com/edition/402/ressort/companies-markets/article/reports-siemens-eyes-u-s-acquisition

Read article

NASA_thin_wing

1688

50 % efficiëntere vliegtuigvleugel….?

News

april 8, 2016

NASA_thin_wing

Op deze foto inspecteert Greg Gatlin, NASA ruimtevaart research engineer van NASA Langley Research Center, de m.b.v. een ‘truss’ geschoorde vleugel tijdens het testen in de windtunnel van NASA’s Ames Research Center in Silicon Valley.

 

Vijftig procent minder brandstofverbruik? Hm. Er wordt al decennia gewerkt aan efficiëntere vliegtuigvleugels omdat veel van de weerstand ontstaat door de turbulentie in het kielzog van de vleugel. Maak je de kromming van de bovenzijde minder, dan verminder je ook die turbulentie. Althans je stelt het moment uit waarop de luchtstroom over de vleugel loslaat van het oppervlak en begint te wervelen. De stroom die ‘vastzit’ aan het vleugeloppervlak (dat heet: die laminair is) levert de lift. De turbulentie trekt het vliegtuig als het ware naar achteren. Het ene wil je zoveel mogelijk, het andere juist niet.

Dus maakt je het profiel dunner, minder gebogen. Maar doe je dat teveel, dan is er ook weer minder lift omdat die juist ontstaat door die kromming. (De lucht stroomt daardoor sneller over de vleugel heen dan er onder door en zo ontstaat die opwaartse druk. Moeilijk, moeilijk. Daarbij is een dunne vleugel minder stijf, buigt meer door zit er minder volume in voor brandstof. Ga er maar aan staan.

Toch geven ze bij Boeing en NASA niet op.

Elk beetje extra gewicht in een vliegtuig verhoogt het brandstofverbruik, de uitstoot en dus de kosten van het vliegen. NASA en Boeing hebben samen een ​​langere, dunnere en lichtere vleugel ontworpen – zo anders dan die van de gangbare vliegtuigvleugel dat die het een schor, dat ding dat vanaf de onderkant van de romp naar de onderkant van de vleugel loopt,  vereist om teveel doorbuigen of breken te voorkomen.

De onderzoekers verwachten  het brandstofverbruik  dus te verminderen met ten minste 50% ten opzichte van de huidige vleugelontwerpen  en met 4 tot 8% in ten opzichte van gelijkwaardige geavanceerde vleugelontwerpen die ongeschoord zijn.

Dit windtunnelmodel heeft een 50% grotere spanwijdte dan een vergelijkbare toestellen met de huidige vleugeltechnologie. Dat is gewoon nodig om met zo’n dunne vleugel toch genoeg draagvlak te hebben. Ingenieurs gebruikten gedetailleerde computermodellen  om het ontwerp te optimaliseren. De resultaten daarvan laten zien hoe de lucht rond het model vloeit, ze passen de afmetingen en de vorm van de vleugel aan om ongewenste luchtstromingen en weerstand zoveel mogelijk te minimaliseren en lift de optimaliseren. De modeluitkomsten worden vervolgens gevalideerd in de windtunnel met een schaalmodel

Klik hier voor originele persbericht

Read article