MENU

News
Category

Onderzoekers Kees-Jan Westrate (Syngaschem BV), Erwin Kessels (TU/e) en Michail Tsampas (DIFFER) (v.l.n.r.) werken samen aan de omzetting van zonlicht in brandstof. Credits: Bram Lamers / DIFFER.

3446

Brandstof uit zonlicht – koolstofdioxide, water en groene stroom als bouwstenen voor duurzame chemie

News

april 6, 2016

Onderzoekers Kees-Jan Westrate (Syngaschem BV), Erwin Kessels (TU/e) en Michail Tsampas (DIFFER) (v.l.n.r.) werken samen aan de omzetting van zonlicht in brandstof. Credits: Bram Lamers / DIFFER.

Onderzoekers Kees-Jan Westrate (Syngaschem BV), Erwin Kessels (TU/e) en Michail Tsampas (DIFFER) (v.l.n.r.) werken samen aan de omzetting van zonlicht in brandstof. Credits: Bram Lamers / DIFFER.

31 maart 2016

DIFFER, TU/e en Syngaschem B.V. starten (Chemical) Industrial Partnership Programme

Richard van de Sanden (DIFFER) en Erwin Kessels (TU/e) ontvangen 1,6 miljoen euro om vloeibare brandstoffen te maken uit groene stroom, water en koolstofdioxide. Zij werken samen met Syngaschem B.V. aan het ophelderen van de fundamentele principes achter deze manier van brandstofproductie. Syngaschem BV financiert de helft van het onderzoeksprogramma. FOM en NWO Chemische Wetenschappen financieren samen de andere helft via een (Chemical) Industrial Partnership Programme (CH)IPP.

 

Door de snelle groei van groene elektriciteitsproductie ontstaat er behoefte aan chemische processen die in plaats van fossiele grondstoffen elektriciteit gebruiken. Dat is bijvoorbeeld relevant bij grootschalige inzet van duurzame, fluctuerende energiebronnen zoals windturbines en zonnepanelen. Door hun tijdelijke stroomoverschotten om te zetten in vloeibare brandstof ontstaat een duurzame energie-infrastructuur.

 

De onderzoekers van het Nederlandse instituut voor funderend energieonderzoek DIFFER, de afdeling Technische Natuurkunde van de Technische Universiteit Eindhoven en het bedrijf Syngaschem B.V. bundelen hun krachten om groene stroom efficiënt om te kunnen zetten in vloeibare koolwaterstoffen met een hoge energiedichtheid, zoals benzine. Kees-Jan Weststrate (Syngaschem BV, project manager) licht toe: “Als we deze specifieke vorm van brandstofproductie goed begrijpen creëren we tegelijk ook mogelijkheden voor het maken van andere hoogwaardige chemische producten. Producten op basis van koolstof zijn niet weg te denken uit onze maatschappij, en op deze manier kunnen we die chemicaliën blijven produceren zonder van fossiele bronnen afhankelijk zijn.”

 

DIFFER-directeur Richard van de Sanden is verheugd over deze nieuwe samenwerking: “Grootschalige en efficiënte opslag van duurzame energie is waar het in de energietransitie om draait. Hoe krijgen we schone energie op de tijd en plaats waar de gebruiker hem wil? Er zijn veel concepten, vaak nog met een laag rendement. Om dat rendement te verbeteren is fundamenteel onderzoek nodig in samenwerking met het bedrijfsleven: alleen dan weet je zeker dat je de juiste uitdaging aanpakt om grootschalige toepassing van je idee mogelijk te maken.”

 

Op het raakvlak van chemie en fysica

Het onderzoek kent zowel chemische als fysische aspecten: de partners zijn actief op het gebied van elektrochemie, katalyse, oppervlaktereacties, spectroscopie en plasmafysica. Om deze reden hebben NWO Chemische Wetenschappen (CW) en de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie FOM samenwerking gezocht en is een multidisciplinair onderzoek tot stand gekomen: een mix van een Industrial Partnership Programme (IPP) van FOM en een Chemical Industrial Partnership Programme (CHIPP) van NWO CW.

 

Topsector Chemie

Het onderzoek sluit aan bij de Topsector Chemie en bij het Innovatiefonds Chemie (IFC) van CW, waarmee NWO bijdraagt aan de Topsector Chemie. Voor dit nieuwe onderzoeksprogramma is een zogenaamde TKI-toeslag aangevraagd, die onderdeel is van de programmabegroting. Deze bedraagt ongeveer 25 procent over de in-cash private bijdragen.

 

Meer over de partners

In het (CH)IPP programma slaan het Nederlandse instituut voor funderend energieonderzoek DIFFER en de onderzoeksgroep Plasma and Materials Processing (PMP) van de Technische Universiteit Eindhoven de handen ineen met het onderzoeksbedrijf Syngaschem BV. DIFFER (www.differ.nl) is onderdeel van FOM en NWO en heeft als missie het uitvoeren en ondersteunen van onderzoek naar de energie van de toekomst. De twee hoofdthema’s van DIFFER zijn duurzame energieproductie uit kernfusie en grootschalige opslag van duurzame energie in de vorm van solar fuels. De onderzoeksgroep PMP van de TU Eindhoven is gespecialiseerd in technieken om fysische en chemische processen efficiënt te laten verlopen op oppervlakken, vooral voor toepassingen op het gebied van duurzame energieopwekking en energieopslag.  Syngaschem BV (www.syngaschem.com) is een privaat Nederlands onderzoeksbedrijf, opgericht in 2013 door hoogleraar Hans Niemantsverdriet en sinds januari 2016 gevestigd in het DIFFER-gebouw op de TU/e-campus. De missie van dit nieuwe SynCat@DIFFER laboratorium is de opslag van groene elektrische energie in de vorm van schone brandstoffen, met als centrale stappen de vorming en omzetting van synthesegas (syngas). Syngaschem BV is op zoek naar fundamenteel begrip als motor van technologische doorbraken. Syngaschem BV is research partner van Synfuels China Technologies Co. Ltd., een uit de Chinese Academy of Sciences afkomstig bedrijf dat in China leidend is in schone coal‐to-liquids technologie. 

 

Read article

Hennepbeton-04

3491

Een huis van hennep

News

april 5, 2016

 hennephuis Hennepbeton-04

 

Een duurzame en energiezuinige woning. Zo beschrijft Albert Dun, oprichter en directeur van Dun Agro, de hennepwoning die zijn bedrijf heeft ontwikkeld. Vezelhennep is een ongebruikelijk bouwmateriaal, maar Dun is hier lovend over. “De hennepwoningen hebben een hoge isolatiewaarde. Dat geldt voor zowel voor de temperatuur (warmte en koude) als voor het geluid. Bovendien zijn ze 100 procent natuurlijk en betaalbaar”, stelt Dun. Bio based woningen was woensdag 30 maart het onderwerp van BNR Bouwmeesters.

Dun Agro, gevestigd in het Groningse Oude Pekela, verwerkt en teelt vezelhennep. Sinds zeven jaar is Dun Agro bezig met het ontwikkelen van een woning gemaakt van hennepbeton. Hennepbeton is een mengsel van hennephout, natuurlijke lijm en water.

Houtachtig

“Hennep dient bij onze hennepwoningen als bouwmateriaal voor de wanden, daken en vloeren. De kern van de hennepplant is houtachtig. De frameconstructie bestaat uit houtskeletbouw en de hennep zelf wordt er hier door ons ingeperst. Testen wijzen uit dat het net zo sterk is als gewone houtskeletbouw. We hebben een test gedaan met het oog op een aardbeving en dat leverde een heel positief resultaat op. Dat rapport wordt binnenkort openbaar gemaakt. Het voordeel van hennephout is dat het niet uitzet, als het nat wordt. Alle andere houtsoorten krimpen of zetten wel uit, als die nat worden. Dat doet hennep dus niet. Je hoeft daarom geen extra ventilatie te hebben om vocht uit de woning te laten. Dit heet damp-open”, zegt Dun.

Dunagro heeft in de zomer van 2012 de eerste hennepwoning in Nederland gebouwd. Deze demonstratiewoning is te bezichtigen aan de Raadhuisweg 11 in Oude Pekela. Een tweede demogebouw met verschillende buitenafwerkingen staat vanaf 10 april op de Kop van Jafa (Fabcity) in Amsterdam

“Het maken van woningen van hennepbeton is niet nieuw en wordt over de hele wereld gedaan. Wat wel nieuw is, is het prefab bouwen van woningen gemaakt van hennepbeton. Prefab wil zeggen dat er gebruik wordt gemaakt van voorgefabriceerde (prefab) onderdelen. Dit heeft een groot voordeel ten opzichte van het ambachtelijk bouwen van hennepwoningen. Het prefab bouwen gaat vele malen sneller, waardoor het veel voordeliger is”, zegt Dun. “Ambachtelijk bouwen is in Nederland ook niet te betalen. We hebben daarom de factor arbeid eruit gehaald. De woningen zullen machinaal worden geproduceerd, waardoor de hennepwoningen betaalbaar zullen worden. Ze zijn ongeveer 10 procent duurder dan vergelijkbare woningen, maar dan zijn ze ook nul op de meter.”

Eind dit jaar zal het eerste prefab gebouwde bewoonbare hennephuis in Groningen klaar zijn.

Luister hier de uitzending

 

http://www.orga-architect.nl/2015/08/05/hennepbeton/

Read article

pbIADT-CYBER-SECURITY-CENTERS-2016-PRINT

4391

Siemens opent Cyber Security Operation Centers ter bescherming van industriële installaties:

News

april 4, 2016

pbIADT-CYBER-SECURITY-CENTERS-2016-PRINT
  • Operation Centers voor Industrial Security in Europa en de VS

  • Continue bewaking van industriële installaties wereldwijd

  • Vroegtijdige detectie van gevaren en gecoördineerde tegenmaatregelen

    Siemens heeft de “Cyber Security Operation Centers” (CSOC) ter bescherming van industriële installaties geopend. Deze Centers zijn gevestigd in Lissabon en München, alsmede Milford (Ohio, VS). Vanuit deze locaties controleren Industrial Security-specialisten van Siemens overal ter wereld industriële installaties op mogelijke cyber-bedreigingen, waarschuwen ondernemingen bij veiligheids- incidenten en coördineren de inzet van proactieve tegenmaatregelen. Deze veiligheidsmaatregelen maken deel uit van de omvangrijke Plant Security Services van Siemens. Siemens ondersteunt hiermee ondernemingen in de productie- en procesindustrie tegen de voortdurend veranderende veiligheidsrisico’s en zorgt zo voor een betere beschikbaarheid van hun installaties.

    De toenemende integratie van industriële infrastructuren in netwerken (“Internet of Things”, “Industrie 4.0″) vereist adequate veiligheidsmaatregelen voor automatiseringsomgevingen. Hier komen de Plant Security Services van Siemens in beeld: van analyse van de veiligheidssituatie (security assessment), de implementatie van veiligheidsmaatregelen, zoals firewalls of antivirusprogramma’s (security implementation) tot continue, door de CSOC’s zelf uitgevoerde bewaking van installaties met managed security services. Zodra de Siemens-experts een verhoogd risico vaststellen, waarschuwen ze de klant vroegtijdig, geven advies over proactieve tegenmaatregelen en coördineren de uitvoer ervan. De maatregelen zijn afgestemd op de ernst van het incident en de mogelijke gevolgen voor de business van de klant. Mogelijke maatregelen zijn onder andere het aanpassen van firewallregels of het ter beschikking stellen van updates om veiligheidstekortkomingen te verhelpen. Daarnaast biedt Siemens forensische analyse van veiligheidsincidenten. Op deze wijze kunnen ondernemingen rapportages opstellen die voldoen aan internationale normen, zoals ISO 27002 of IEC 62443 en wettelijke voorschriften. Bovendien krijgen de ondernemingen zo een helder overzicht van de veiligheidsstatus van hun installaties. Voor de Plant Security Services gebruikt Siemens producten van haar partner Intel Security, waaronder McAfee VirusScan, McAfee Application Control, McAfee ePolicy Orchestrator (ePO) alsmede McAfee Enterprise Security Manager met Security Information en Event Management.

Read article

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

2601

Britten slaan netstroom op in een megabatterij

News

april 1, 2016

 

Een enorme batterij zal worden gebruikt voor het testen van grootschalige opslag van energie door E.ON en Uniper

 

 

In Groot Brittannie is een van de grootste batterijen voor opslag van overtollige elektriciteit aangesloten op het net als onderdeel van nieuw onderzoek onder leiding van de Universiteit van Sheffield.
De faciliteit die £ 4 miljoen kost staat bij het Willenhall onderstation vlak bij Wolverhampton en wordt geëxploiteerd door het onderzoeksteam van de Universiteit van Sheffield in het kader van het Energie 2050-initiatief, in samenwerking met Aston University en University of Southampton. Eén van de eerste projecten zal worden uitgevoerd door de energiebedrijven E.ON en Uniper. De bedrijven zullen kijken naar toekomstige mogelijkheden voor grootschalige energieopslag en naar de problemen die verband houden met het aansluiten van dergelijke batterijen op het net.
De installatie is een van de drie grootste batterijen in het Verenigd Koninkrijk – en maakte gebruik van een lithium-titanaatbatterij, geleverd door Toshiba.
Het Japanse lithium-titanaat (SCiB) systeem,levert 2 MW vermogen op het 11kV-net. De batterij heeft een lange levensduur en is bestand tegen meer dan 10.000 keer laden en ontladen. Hij heeft een hoge mate van betrouwbaarheid en operationele veiligheid, met name als het gaat om het risico op brand, een bekend gevaar bij lithium-ion batterijen in het algemeen.
Lithium-titanaat SCiB batterijen hebben het vermogen om snel op te laden en ontladen in een breed temperatuurspectrum. Dit betekent dat de Willenhallfaciliteit in staat is om ongelooflijk snel elektriciteit af te staan of op te nemen al naar gelang de eisen van landelijke stroomnet.
Professor David Stone, directeur van het Willenhall Facility en het Centrum voor Electrical Energy Storage aan de Universiteit van Sheffield: “Als de vraag naar energie stijgt zijn opslagsystemen nodig om het aanbod in evenwicht te brengen. De eerste commerciële projecten komen nu in bedrijf maar er zijn nog veel technische problemen die moeten worden overwonnen om de mogelijkheden van deze technologie optimaal te benutten en om de kosten te verlagen.”
“Deze speciale nationale onderzoeksfaciliteit is ontworpen om beter te kunnen reageren op pieken in de vraag en hij is staat ter beschikking beschikbaar van om andere academische en industriële onderzoeksprojecten.”
Arne Hauner, chef innovatie bij Uniper: “E.ON en Uniper zullen de Willenhall batterij gebruiken om ondersteunende diensten te leveren aan het elektriciteitsnet. Ook willen we de werking vergelijke met andere systemen die we momenteel gebruiken. ”
De universiteiten van Sheffield, Aston en Southampton, willen ook kijken in hoeverre gebruikte autobatterijen accu’s geschikt zijn het bufferen elektriciteit. Dit ‘tweede leven’ systeem gaat later dit jaar in bedrijf, met als doel te kijken of autoaccu’s samen als een grote batterij kunnen functioneren.

http://www.imeche.org/news/news-article/video-giant-battery-launched-to-tackle-energy-storage-challenges

 

 

 

Read article

Atrain-bogiebaan (1)

3669

‘Eerste flitstreinen kunnen in 2020 over het spoor zweven’

News, Publications

maart 31, 2016

 

 

Interessant bericht via Prorail. Het is in Europa nog nooit wat geworden met het Rondje Randstad (http://randstadrapid.nl/) waarmee Siemens zijn Magnetische Levitatietrein (maglev) de Trans Rapid promootte, een trein die zweeft op een magnetisch veld en wordt voortgestuwd door magneetvelden. Siemens heeft het systeem alleen gerealiseerd op een traject in Sjanghai, China.

Het systeem dat hier wordt beschreven is een hybride: de trein wordt wel voortgestuwd door magneetvelden maar het zweven gebeurt op een luchtkussen. De voordelen zijn net als bij de maglevtrein afwezigheid van asdruk, het treingewicht wordt verdeeld over luchtkussens dus er zijn veel minder fundatieproblemen, en de onmogelijkheid te ontsporen omdat de trein de baan-annex-motor als het ware omklemt.

Maar dat ‘we’ in 2020, dus over vier jaar, met 450 km/h door het land zweven, lijkt mij een redelijk optimistische aanname. Ik zou zeggen: eerst maar eens ergens uitproberen.

 

hier het persbericht van Prorail:

Atrain, ontwerp

Een systeem-innovatie waarbij de huidige treinen worden omgebouwd tot zwevende flitstreinen. Als het aan bedenkers van de  A-train, Jim Schoot en Bearnd Hylkema ligt, is dit al vanaf 2020 mogelijk. Door het gebruik van magneten en luchtdruk kunnen treinen die omgebouwd zijn tot Atrain met hoge snelheden over het spoor zweven. Doordat er geen contact meer wordt gemaakt met de rails kunnen de treinen snelheden van 450 kilometer per uur bereiken, zijn ze minder gevoelig voor slechte weersomstandigheden, is 25 procent minder spooronderhoud nodig en vermindert de overlast door trillingen, geluid en fijnstof.

De A-train is een concept waarbij een treinreis tussen Amsterdam en Utrecht minder dan tien minuten zou moeten duren. De trein rijdt niet langer op wielen, maar zweeft over het spoor als een soort verfijnde hovercraft. Het draaistel met de wielen onder de trein zijn vervangen door een bogie waarbij luchtdruk ervoor zorgt dat de trein over het spoor zweeft en magneten zorgen voor de voortstuwing. Bedenkers Jim Schoot en Bearnd Hylkema van  ontwerp- en adviesbureau Novus Finitor werken al ruim zeven jaar aan dit concept wat volgens hen de ‘nieuwe treinstandaard van de 21e eeuw’ moet worden.

Schoot: “We lopen op dit moment vast in mobiliteit, ook op het spoor. De intensiteit van het vervoer neemt verder toe, maar ook de eisen die we eraan stellen. We vinden de reis vaak te lang. Daarnaast zijn er steeds meer mensen die zich in de spits willen verplaatsen.” De huidige treintechniek is volgens Schoot ‘ten dode opgeschreven’. “De fysieke infrastructuur loopt achter op de digitale infrastructuur”, zegt de uitvinder. “We zijn nu steeds zaken met vijf procent minder erg aan het maken. Vijf procent meer punctualiteit, vijf procent minder treinverstoringen. Het is tijd dat er een echte systeemsprong wordt gemaakt en dat kan met Atrain.”

Atrain

Atrain is een technologie waarbij luchtlagering wordt gecombineerd met magnetische voorstuwing. De luchtlagering gebeurt via Air Bearing Fender (ABF) en de aandrijving wordt geregeld via Permanent Magnetwheel Propulsion (PMP). ABF maakt het mogelijk om op een ultradunne luchtlaag personen of goederen massavrij te verplaatsen. PMP is gebaseerd op het magnetische samenspel tussen een aandrijfwiel met permanente magneten op het voertuig en een aluminium strip in de spoorbaan. Het gaat om een contactloze aandrijf- en remtechniek.

In de praktijk betekent dit dat het draaistel met de wielen van de treinen wordt vervangen door een bogie die over een dunne luchtlaag zweeft. De trein wordt voortgeduwd door de magneetwielen in de bogie. Jim Schoot: “Doordat er geen wrijving meer is, is er geen slijtage met bijbehorende uitstoot en kosten. Door de hoge acceleratie- en remkracht kunnen de treinen sneller optrekken en remmen en snelheden worden gehaald van meer dan 450 kilometer per uur.”

Atrain, bogie

Lagere kosten

Het mooie is volgens Schoot dat de Atrain techniek toegepast kan worden op het huidige treinmaterieel en spoorinfrastructuur. Daardoor zouden de implementatiekosten laag zijn en kunnen de investeringen in korte tijd worden terugverdiend. “Doordat er geen contact meer wordt gemaakt tussen de wielen en de spoorinfrastructuur zullen de kosten van het spooronderhoud misschien nog maar een kwart van de huidige zijn. Ook gaat de gewichtscapaciteit omhoog, omdat de aslasten verdeeld worden over een veel groter oppervlak. Dit heeft voordelen voor het spoorgoederenvervoer, want dit betekent meer massa per wagon. En bij nieuwe trajecten is er minder zware infrastructuur nodig, waarmee investeringen gehalveerd kunnen worden.”

Verzakkingen op het spoor op bijvoorbeeld de Betuweroute, wisselstoringen en negatieve impact van weersomstandigheden door herfstbladeren, windvlagen of sneeuw behoren daardoor volgens Schoot ook tot de verleden tijd. “De problemen met de Intercity Direct-treinen op de spoorbrug van de HSL kunnen met de Atrain ook worden verholpen. Omdat de trein door middel van luchtlagering de baan als het ware omarmd is het veel veiliger. Doordat  treinen geen contact meer maken met de rails, zullen alle problemen die bij rail horen dan ook verleden tijd zijn.”

Door de enorme besparingen wordt volgens Schoot de treinexploitatie een stuk aantrekkelijker. “Bestaande trajecten worden weer rendabel en nieuwe trajecten kunnen worden ontsloten. De kosten van openbaar vervoer gaan per reiziger omlaag.” Dat zou volgens de uitvinder er zelfs voor kunnen zorgen dat mensen vanaf 2045 vrij kunnen reizen.

Proof of concept

De technische universiteiten van Delft en Twente hebben het concept van de Atrain doorgerekend en vastgesteld dat het toepasbaar is. Schoot zoekt nog naar strategische partners en investeerders om toe te werken naar een ‘proof of concept’ om ook aan te tonen dat de oplossing in de praktijk gaat werken. Om dit te kunnen realiseren is een investering van twee miljoen euro nodig.

Hoewel ook buitenlandse partijen interesse hebben getoond zou Schoot graag zien dat de Atrain-technologie in Nederland wordt gelanceerd. “Ik denk dat Nederland een goede proeftuin zou kunnen zijn voor deze systeemsprong, omdat we met de Atrain flinke stappen kunnen maken in het verbeteren van de prestaties op het spoor. Als dat is gebeurt, kan het concept ook naar andere landen worden uitgerold.”

Shift2Rail

“Het zou bijvoorbeeld goed zijn als dit project wordt opgenomen in het Europese Shift2Rail-programma. Een van de doelstellingen van dit programma is om modal shift te realiseren, maar dat is nog steeds niet gelukt. Ik denk dat de Atrain hier wel voor zal kunnen zorgen, omdat alle drempels om voor het OV te kiezen zoals langere reistijd, verstoringen, hoge kosten en de last mile met deze oplossing worden weggenomen. Daarom zou Shift2Rail  Shift2Atrain moeten worden.”

Bron: Pro Rail, Marieke van Gompel

 

 

 

 

Read article

nuon_infographic_opslag-groene-stroom_ammoniak_superbatterij_nl

3302

Windstroom als energie opslaan in de vorm van ammoniak

News

maart 29, 2016

nuon_infographic_opslag-groene-stroom_ammoniak_superbatterij_nl

 

nuon_infographic_opslag-groene-stroom_ammoniak_superbatterij_nl

 

Nuon slaat met haar Magnum-centrale in Eemshaven een nieuwe weg in. Nuon onderzoekt hoe zij haar gascentrale in de toekomst zonder CO2-uitstoot kan inzetten.

Gascentrales bieden de meest efficiënte en flexibele back-up capaciteit wanneer de wind niet waait of de zon niet schijnt, maar draaien momenteel weinig. Toch ziet Nuon toekomst voor deze centrales. Wind- en zonne-energie kunnen nu nog niet grootschalig worden opgeslagen. Dat betekent dat deze duurzame energie niet gebruikt kan worden als er sprake is van veel wind of zon. Samen met de onderzoeksgroep van professor Fokko Mulder van de TU Delft onderzoekt Nuon daarom de mogelijkheden om deze zogeheten seizoensoverschotten bij Magnum op te slaan in de vorm van ammoniak. Die weer als brandstof zonder CO2-uitstoot kan worden gebruikt in de gascentrale.

Recyclen van wind

Alexander van Ofwegen, directeur Nuon Warmte, licht toe: “Dit idee bestaat uit drie stappen. Allereerst zet je elektriciteit uit wind om in vloeibare ammoniak. Daar komt een chemisch proces bij kijken, waarbij je waterstof aan stikstof bindt om ammoniak te maken. Dan sla je de ammoniak op in grote tanks – dat kan zo lang als het nodig is. Zo heb je altijd een voorraad brandstof voor die momenten dat er weinig wind of zon is. Ammoniak kun je namelijk als laatste stap als koolstofvrije brandstof gebruiken in de gascentrale. Hierbij komen alleen stikstof en waterdamp vrij, geen CO2. Wat verder zo mooi is aan dit concept, is dat het op alle plekken in de wereld mogelijk moet zijn om duurzame energie om te zetten in ammoniak. Hiermee recycle je eigenlijk de energie uit wind of zon – je gebruikt wind- of zonne-energie om ammoniak te maken en je maakt van de gascentrale bovendien een superbatterij!”

Magnum-centrale voorop in de energietransitie

In 2013 werd de Magnum-centrale van Nuon in Eemshaven officieel geopend. Het oorspronkelijke concept was een centrale te bouwen die op verschillende brandstoffen, zoals biomassa, gas en kolen kon draaien. In onderling overleg met natuur- en milieuorganisaties kwam in 2011 het besluit dat Magnum in ieder geval tot 2020 een gascentrale zou blijven. Met het onderzoek van Nuon en TU Delft ziet Nuon definitief af van het gebruik van steenkolen in deze centrale. Nu wordt juist gezocht naar een toekomst voor Magnum zonder CO2-uitstoot.

Onderzoek TU Delft en Nuon

Hoewel TU Delft en Nuon nog aan de tekentafel zitten en er nog veel onderzoek nodig is, zijn beide partijen van mening dat het opslaan van energie in ammoniak een veelbelovende techniek is die met het nodige onderzoek en aanvullende financiering binnen een jaar of 10 op grote schaal toegepast kan worden. Uiteraard staan veiligheid en milieu in dit onderzoek voorop. Alexander van Ofwegen: “Ammoniak wordt al ruim 100 jaar op verschillende manieren toegepast – het is de grondstof voor kunstmest, maar het wordt ook gebruikt in grote koelinstallaties voor bijvoorbeeld ijsbanen. Daarnaast hebben we in Nederland veel ervaring met het grootschalig opslaan van ammoniak. Maar natuurlijk moeten we, net als bij elke andere geconcentreerde chemische stof, de nodige veiligheidsmaatregelen in acht nemen. We hopen binnen 5 jaar een demonstratie op relevante schaal te kunnen doen.”

Power to Ammonia

Het onderzoek van Nuon en TU Delft is onderdeel van het project ‘Power to Ammonia’, waarvoor het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT) meerdere partijen samen heeft gebracht om kennis te delen en onderzoek te doen. Power to Ammonia is een samenwerkingsverband van ISPT, Stedin Infradiensten, Nuon, ECN, TU Delft , Universiteit Twente, Proton Ventures, OCI Nitrogen, CE Delft en AkzoNobel.
Meer informatie over Power to Ammonia is online te vinden

http://www.nuon.com/nieuws/nieuws/2016/nuon-en-tu-delft-onderzoeken-opslag-windenergie-in-nieuwe-superbatterij/

Read article

FlyoverConcordiaZuidpool

2556

Een eenzame lunch op de Zuidpool

News

maart 29, 2016

Lonely_lunch

Een eenzame lunch

ESA-onderzoeker en arts Floris van den Berg tuurt naar de horizon en overpeinst het leven in het Concordia onderzoeksstation op Antarctica tijdens een vrieskoude picknick. Geen aankomst van nieuwe gasten verwacht de komende negen maanden – de wintermaanden in Antarctica zijn te extreem voor om naar deze verlaten plek te reizen, en de dichtst bijzijnde buurman zit 560 km verdero.Deze picknick stelt Floris in de gelegenheid te genieten van de laatste zonnestralen voor de broodnodige vitamine D. Op Concordia’s plek bijna 2000 km van de Zuidpool zien de bewoners in de winter vier maanden lang de zon niet.Twaalf mensen zullen wetenschappelijk onderzoek doen en houden het station in leven op een van de koudste plekken op aarde – waar de temperaturen regelmatig dalen tot -80 ° C. De extreme verlatenheid, koude en de plek maken van Concordia een ideale plek om onderzoek uit te voeren in vele wetenschappelijke domeinen zoals glaciologie, seismologie, astronomie en klimaatonderzoek.Floris ‘taak is te onderzoeken of het verblijf van de bemanning een jaar lang in Concordia overeenkomsten heeft met maanden verblijven in een ruimteschip en ESA is geïnteresseerd de effecten op lichaam en geest. Net als de astronauten in het International Space Station hebben de experimenten van Floris ten doel meer te weten te komen over eigenschappen die ruimtevaarders nodig hebben, het effect van het verblijf op hun gemoedstoestand. Regelmatig gaat hij door de CT-scanners om botverlies in kaart te brengen.Lees meer over de Floris en de bemanning op de Concordia blog.

 wanderlustdoc-last-plane PlaneBaslerConcordia

Read article

Leo Kouwenhoven and his team in the lab. From left to right: Kun Zuo, Vincent Mourik and Leo Kouwenhoven. This is the part of the set-up that will be cooled down to the absolute zero temperature (experimental sample is attached at the end).

Foto © Sam Rentmeester . 20120410
Leo Kouwenhoven (en 2 AIO’s), Marjorana-opstelling, TUDelft,
( foto: Sam Rentmeester)

2539

Quantum Europe 2016: een nieuw technologietijdperk (17 mei 2016 – 18 mei 2016 Europagebouw, Amsterdam)

News

maart 23, 2016

Leo Kouwenhoven and his team in the lab. From left to right: Kun Zuo, Vincent Mourik and Leo Kouwenhoven. This is the part of the set-up that will be cooled down to the absolute zero temperature (experimental sample is attached at the end). Foto © Sam Rentmeester . 20120410 Leo Kouwenhoven (en 2 AIO’s), Marjorana-opstelling, TUDelft, ( foto: Sam Rentmeester)

Leo Kouwenhoven and his team in the lab. From left to right: Kun Zuo, Vincent Mourik and Leo Kouwenhoven. This is the part of the set-up that will be cooled down to the absolute zero temperature (experimental sample is attached at the end).
Foto © Sam Rentmeester . 20120410
Leo Kouwenhoven (en 2 AIO’s), Marjorana-opstelling, TUDelft,
( foto: Sam Rentmeester)

Onderzoekers en ingenieurs uit alle windstreken werken momenteel aan de “tweede kwantumrevolutie” waarin nieuwe technologieën worden ontwikkeld aan de hand van de regels van de kwantummechanica. Kwantumtechnologie zorgt voor revolutionaire verbeteringen in termen van capaciteit, precisie en snelheid en zal voor veel industrieën en markten doorslaggevend zijn voor succes. Europa moet nu de handen ineenslaan om een vlaggenschipinitiatief te lanceren en mee te surfen op deze tweede kwantumgolf.

 

Quantum Europe 2016 is een conferentie over kwantumtechnologie. Deze technologie, die gebaseerd is op de wetten van de kwantummechanica, zal van zeer grote betekenis zijn voor het oplossen van de vele problemen die momenteel in de wereld spelen. Tijdens het evenement zal een “kwantummanifest” worden gepresenteerd met een integrale strategie waarmee Europa met deze technologie tot de kopgroep kan blijven behoren.

Kwantumwetenschap wordt tegenwoordig toegepast in informatie-, communicatie-, meet-, en rekentechnologieën. Overal ter wereld volgen de ontwikkelingen elkaar in snel tempo op als gevolg van belangrijke technologische doorbraken en groeiende strategische en industriële investeringen.

Europa kan een belangrijke rol spelen bij het verder ontwikkelen en commercialiseren van deze technologieën. Er is een ambitieuze Europese agenda nodig waarin wetenschap, techniek en ondernemerschap worden gecombineerd om het volledige potentieel van de kwantumtechnologie te ontsluiten.

Doel van de conferentie

Nederland organiseert in dit kader een conferentie over kwantumtechnologie, in samenwerking met de Europese Commissie en QuTech, het instituut van de TU Delft en TNO dat onderzoek doet naar kwantumtechnologie. Met deze conferentie wordt beoogd alle activiteiten en investeringen rondom kwantumtechnologie in heel Europa te stimuleren en de Europese wetenschap en industrie een platform te bieden voor een uitgebreide strategie waarmee Europa in de voorhoede van deze sector kan blijven.

In de aanloop naar de conferentie zullen lidstaten en belanghebbenden uit de wetenschap en industrie worden uitgenodigd een bijdrage te leveren aan het zogeheten “Quantum Manifesto” dat oproept tot maatregelen waarmee Europa koploper kan blijven op het gebied van kwantumtechnologie.

Ondersteun het Quantum Manifesto

Via deze link kunt u het manifest ondersteunen. Iedereen die werkzaam is in de academische wereld, het bedrijfsleven en bij overheids- of financiële instellingen wordt uitgenodigd het manifest te ondersteunen. In het definitieve manifest zal een overzicht van de ontvangen onderschrijvingen worden opgenomen.

Hoe neemt u deel?

Deelname aan de conferentie is uitsluitend op uitnodiging. Wilt u deelnemen, maar heeft u nog geen “save the date”-bericht ontvangen, stuur dan een email naar quantumeurope@minez.nl.

Read article

Campus_Party_Brazil_2011_02

2464

Campus Party: ’s werelds grootste technologiefestival komt naar Nederland

News

maart 21, 2016

     campus-party-ebu

 

Vijf dagen lang inspiratie, bouwen en slapen in een wereld van technologie en innovatie

 

Het grootste technologiefestival ter wereld komt voor de eerste keer naar Nederland. Van 25 tot en met 29 mei 2016 stroomt de Jaarbeurs in Utrecht vol met studenten, techfans, innovators en geeks voor Campus Party. Tijdens dit fenomeen werken deelnemers – zogenaamde Campusero’s – vijf dagen lang, 24 uur per dag samen in workshops, challenges en hackathons aan toekomstgerichte uitdagingen. Die zijn opgezet door toonaangevende bedrijven en instellingen, zoals gemeente en provincie Utrecht, Achmea, Exact Software en Rabobank. De Campusero’s overnachten in een speciaal ingerichte hal met vijfduizend tenten.

 

Campus_Party_Valencia_2009_03 

Deelnemers verbeteren hun skills tijdens diverse workshops en laten zich inspireren door (internationale) topsprekers. Denk aan Dirk Ahlborn van Hyperloop Transportation Technologies, Nobelprijswinnaar Dan Shechtman, Bas van Abel de CEO van Fairphone, Camille François van het Berkman Center for Internet & Society van Harvard en Matthew Reyes van GoPro NASA. Ook is er aandacht voor diverse nieuwe technologieën, zoals 3D-printen, virtual reality en robotica, en is er digitaal entertainment in de vorm van gametoernooien, droneraces en cosplayclubs.

 

Bovenal daagt Campus Party technisch talent uit om mee te denken over innovatieve oplossingen voor problemen in de toekomst onder het motto: ‘We don’t talk about the future. We build the future’. Anders dan bij veel andere events werken deelnemers samen met gelijkgestemden aan creatieve ideeën. Ze denken mee over uitdagingen waar toonaangevende bedrijven en instellingen tegenaan lopen. Daarnaast zijn er challenges op het gebied van big data, duurzaamheid, virtual reality, en de toekomst van onderwijs en zorg, maar ook disruptieve businessmodellen.

 

campus-party-2014-sp

Verder stimuleert Campus Party het ondernemerschap van jonge techtalenten. Naast gevestigde namen zijn er interessante start-ups aanwezig, die meer kunnen vertellen over het opzetten van een eigen onderneming. Ook kunnen start-ups zich inschrijven voor het Startup 360-programma. Zij worden dan gekoppeld aan toonaangevende professionals die hen helpen van idee tot start-up, van prototype tot investering en van eerste klanten tot internationale groei. Er is ook veel gelegenheid om te netwerken met andere high-potentials en investeerders. Bovendien krijgen start-ups de gelegenheid om hun bedrijf of idee te presenteren tijdens de start-upmarkt.

 Campus_Party_Brazil_2011_02

Roderick Wijsmuller, Director van Campus Party: “Dankzij de vijfdaagse 24/7-festivalervaring en de wereldwijde community is Campus Party een uniek event voor alle liefhebbers van technologie en digitale innovatie. Deelnemers worden onderdeel van het internationale Campusero-netwerk waarmee ze ook na het event ervaringen uitwisselen, baankansen delen en challenges aanpakken. Een onvergetelijke ervaring!”

 

Tickets

Tickets voor het event zijn verkrijgbaar via http://nl.campus-party.org/tickets

###

 

Over Campus Party

Campus Party begon in 1997 oorspronkelijk als LAN-party in Spanje en is inmiddels onder techtalent  uitgegroeid tot een internationaal begrip. Er zijn al meer dan vijftig edities georganiseerd, waarbij in Mexico twintigduizend studenten deelnemen. De Jaarbeurs-editie is na Madrid, Berlijn en Londen de vierde Europese editie en is de eerste in Nederland. Naast vijfduizend deelnemers (Campusero’s) worden meer dan tweehonderd start-ups en duizenden bezoekers per dag verwacht. Het ultieme doel is om van Campus Party een jaarlijks festival te maken, waar talent inzicht krijgt in de mogelijkheden van IT en gestimuleerd wordt om mee te werken aan toekomstgerichte oplossingen. Daarnaast worden studenten gemotiveerd om samen met anderen nieuwe ondernemingen op te zetten, die gebruik maken van de toepassingen van technologie. Om de aanwas van nieuw talent te stimuleren, is er tijdens deze eerste editie op zaterdag 28 mei 2016 een speciaal programma voor kinderen en jongeren, en een specifiek programma voor meiden en vrouwen die geïnteresseerd zijn in IT, technologie en innovatie. Campus Party is het grootste en meest centraal gelegen evenement tijdens Startup Fest Europe. Campus Party wordt ondersteund door de provincie Utrecht en gemeente Utrecht, met als mediapartners onder meer Tweakers (Official Makerspace Partners), Emerce en Computable.

Ga voor meer informatie naar www.campusparty.nl

.Campus-party-Utrecht-2016

Read article

Uitvinders okt 2015 VP

3469

Technisch Top: 100 bijzondere uitvinders. Koop dit boek en u steunt KWF

News, Publications

maart 17, 2016

Uitvinders okt 2015 VP

 

Het vandaag officieel gepresenteerde boek Technisch Top bevat de gebundelde columns die journalist Ton van Doorn (1951-2012). schreef voor de Technologiekrant waarvan hij hoofdredacteur was. Hij beschrijft op aanstekelijke wijze zijn honderd favoriete uitvinders, technici wier bedenksels ons dagelijks leven ingrijpend hebben veranderd.

U treft in deze top honderd bekende namen aan zoals Thomas Edison (de gloeilamp), Nicola Tesla (de elektromotor) maar ook namen waarvan menigeen nog nooit zal hebben gehoord zoals Stephanie Kwolek (kevlar) en Gertrude Elion (een hele reeks geneesmiddelen) beide (niet toevallig) vrouw. De meeste uitvindingen met een moderne wetenschappelijke basis stammen uit de achttiende, negentiende en twintigste eeuw, en pas in die laatste eeuw kreeg de mensheid waardering voor het intellect van vrouwen. Maar er zitten ook uitvinders bij uit vroeger eeuwen zoals Pieter Jansz Liorne, (1561-1620) de uitvinder van het fluitschip, en Yi Xing (683- 727, het echappement). Dit is het onderdeel dat of de beweging van de slinger of onrust overbrengt op het tandrad en tevens de slinger of onrust in beweging houdt. Er zijn meer uitvinders die hebben gewerkt aan betrouwbare tijdmeting, misschien wel een van de belangrijkste voorwaarden voor technologische vooruitgang: Christiaan Huygens (slingeruurwerk), John Harrison (chronometer).

Dit boek is een verbazingwekkende kleine geschiedenis van de vooruitgang die beurtelings ontroert en tot vrolijkheid stemt.

Ton stierf aan kanker. De opbrengst van dit boek gaat naar KWF Kanker Bestrijding. Ton’s vrouw, Leonie van der Linden-van Doorn, overhandigde tijdens een korte ceremonie bij Soupalicious in Amsterdam het eerste exemplaar aan AnneMarieke Gottmer, fondsenwerver van KWF Kankerbestrijding.

 

AnneMarieke Gottmer, fondsenwerver voor KWF Kankerbestrijding, heeft het eerste exemplaar van Ton van Doorns posthuum verschenen boek, Technisch Top, in ontvangst genomen.

AnneMarieke Gottmer, fondsenwerver voor KWF Kankerbestrijding, heeft het eerste exemplaar van Ton van Doorns posthuum verschenen boek, Technisch Top, in ontvangst genomen.

Te koop in de webshop van Veen Media, klik HIER

Over de schrijver:

Foto Ton kopie

Ton van Doorn (2 augustus 1951 – 20 juli 2012) was journalist en historicus. Hij publiceerde eerder Apocalyps Toen! – een geschiedenis van het jaar 1000 (uitgegeven in 1997 bij De Walburg Pers, Zutphen op initiatief van de Haarlemse Stichting Millennium) waarin hij een licht ironische vergelijking trok tussen de paniek die zich voltrok aan zowel de vooravond van de eerste als de tweede millenniumwisseling.

Zijn journalistieke carrière begon in 1980 bij Haarlems Dagblad. Vanaf 1991 werkte hij bij de Krant op Zondag die later werd voortgezet als HP/De Tijd op Zondag. Later werkte hij enkele jaren bij de huis-aan-huisbladendivisie van de Pers Combinatie.

Vanaf 1996 was hij bij de eindredacteur van het techniektijdschrift De Ingenieur waar hij regelmatig bijdragen voor schreef op het gebied van de geschiedenis en de filosofie der techniek.

In 2007 werd hij bij Veen Media hoofdredacteur van De Technologiekrant waarin hij de rubriek Uitvinders Top 100 schreef, gebaseerd op zijn persoonlijke voorkeur. Deze selectie treft u aan in dit boek.

Een voorproefje uit het boek:

Nummer 26: Gottlieb Daimler

Emile Jellinek verstuurde volgens zijn zoon telegrammen als stoomhamers: ‘Uw mestkar heeft zoals voorzien gefaald’; ‘uw auto is een pop en ik wil de vlinder hebben’; ‘is uw hoofdingenieur al afgeleefd?’ Jellinek was de Franse agent van Gottlieb Wilhelm Daimler (1834-1900), de man die alles wat voortbewoog wilde motoriseren: fietsen, boten, koetsen, trams en luchtballonnen.

Daimler_Reitwagen_color_drawing_1885_DE_patent_36423

Daimlers vader, een bakker in Schondorf bij Stuttgart, wilde dat hij wapensmid werd. Hoewel de gezel zijn meesterschap toonde door de fabricage van een dubbelloops geweer,, wilde hij zich verder in de techniek bekwamen en studeerde onder meer werktuigbouwkunde aan de Polytechnischen Schule in Stuttgart. Als werkplaatsinspecteur van het Bruderhaus, een weeshuis annex machinefabriek, leert hij in 1865 het technisch genie Wilhelm Maybach kennen. Het tweetal zou onafscheidelijk blijven samenwerken: Daimler als directeur en Maybach als de ‘hoofdingenieur’. In 1872 treden zij in dienst bij de gasmotorenfabriek Deutz, waar zij de viertaktmotor van Nikolaus Otto in serie gingen produceren. De Ottomotor, die op lichtgas liep, werkte alleen in de buurt van een installatie die de brandstof leverde. De opvliegende Daimler, die Otto niet kon luchten of zien, kreeg ruzie en begon een werkplaats voor de productie van een kleine benzineverbrandingsmotor. In 1885 zetten Daimler en Maybach een eencilindermotor met zeshonderd omwentelingen per minuut onder het zadel van een houten fiets met zijwieltjes, de eerste motorfiets. Daimlers zoon Paul haalde over een afstand van 3 km een gemiddelde snelheid van 12 km/h. Op een gegeven moment moest hij van de machine springen, omdat het zadel vlam vatte. Daimler vond het voertuig ‘uitstekend geschikt voor postbodes op het platteland’.

mercedes

 

De verschillende voertuigen volgden elkaar nu snel op. In 1886 zetten de uitvinders hun motor in een boot, die Daimler verborg onder een keramisch deksel. Commercieel leek het Daimler niet verstandig te vertellen dat de brandstof van het schip benzine was, immers explosief. Hij noemde de aandrijving daarom olie-elektrisch en rustte de boot uit met kabels en isolatoren. Hetzelfde jaar kwam een paardenkoets aan de beurt, die met vier versnellingen een snelheid van 17,5 km/h haalde. Dit was de eerste auto op vier wielen. Daimler mag zich tevens de uitvinder noemen van de vrachtwagen, de benzinetram, het gemotoriseerde luchtschip, maar ook van de aanjager, koppeling en trommelrem.

De inmiddels opgerichte Daimler Motoren Gesellschaft bouwde in 1899 de eerste racewagen. Hier had Jellinek al enkele jaren om lopen zeuren, want hij wilde eigenlijk alleen auto’s afnemen die minimaal 40 km/h liepen. Bij aankomst in Nice omhelsde de handelsagent de wagen en noemde hem Mercedes naar zijn lievelingsdochter Maria de las Mercedes. Maximumsnelheid 58 km/h. Het merk Mercedes-Benz moet dus eigenlijk Daimler-Benz heten.

 

 

Read article