MENU
2005-09-17_Fiat_500_R_(retuschiert)

De identiteit van de Europese auto

Comments (0) Opinions

Automodellen als de Citroën DS, Volkswagen Kever en Fiat 500 zijn klassieke Europese designiconen, maar wat maakt ze nou typisch Europees? Compact, lichtgewicht, comfortabel, gestroomlijnd en eigenzinnig zijn typische kenmerken van de Europese auto. Al lijken hedendaagse auto-ontwerpers minder creatief te werk te gaan, bewijzen nieuwe concept cars dat Europese ontwerpers hun eigenzinnige karakter niet verloren zijn – de fabrikanten zijn grootschaliger en voorzichtiger geworden. Een zoektocht naar de roots van de “Europa-Wagen”.

“Das Modell zum Europa-Wagen ist da!”, schreef de Duitse autojournalist Josef Ganz enthousiast in januari 1929 in het tijdschrift Motor-Kritik over het innovatieve autoprototype van de inmiddels allang vergeten Tsjecho-Slowaakse ingenieur Willibald Gatter. In een tijd waarin Europese auto’s nog groot, zwaar en log waren, was Motor-Kritik volledig gericht op één thema: innovatie. Hoofdredacteur Josef Ganz predikte sinds zijn aanstelling in 1928 over onafhankelijke wielvering, lichtgewicht opbouw, laag zwaartepunt en stroomlijning. Bovendien had Ganz als persoonlijke missie de ontwikkeling van een Duitse, of in bredere zin zelfs Europese Volkswagen.
Josef Ganz stond aan de wieg van de moderne Europese auto. Daarnaast liepen er in Europe voor de tweede wereldoorlog een aantal excentrieke en eigenzinnige auto-ontwerpers als Jean Bugatti en Gabriel Voisin rond. Zij combineerden in modellen als de Bugatti 57SC Atlantic en Voisin Aérosport wetenschap met flamboyante vormgeving en drukten daarmee hun stempel op de naoorlogse auto-industrie. Bij de kleinere merken domineerde kort na de oorlog de wetenschappelijke ontwerpbenadering van Josef Ganz, wat innovatieve stroomlijnmodellen als de Saab 92, Tatraplan en Panhard Dyna opleverden. Het absolute hoogtepunt in die lijn was de Citroën DS, die stroomlijn en design combineerde met zeer vooruitstrevende techniek.
In de dertiger jaren konden ondernemend creatievellingen nog hun eigen automerk oprichten. Die mogelijkheid verdween kort na de tweede wereldoorlog. Massaproducenten slokten de kleinere fabrikanten één voor één op of concurreerden ze van de markt. In dat proces verdween ook langzaam de eigenzinnigheid. De creativiteit is er nog wel, maar de moordende concurrentie heeft autofabrikanten voorzichtig gemaakt, erg voorzichtig.