MENU

techniek
Tag Archive

Schermafbeelding 2016-04-26 om 11.44.34

1694

Gefeliciteerd met je 142ste verjaardag, Guglielmo Marconi

News

april 26, 2016

 

Waldina.com stuurt ons elke dag een felicitatie met de verjaardag van een beroemdheid, levend of niet meer levend met de vaste zin:

The world is a better place because he was in it and still feels the loss that he has left.

Dat geldt ook voor Guglielmo Marconi. Een van de grote grondleggers van de communicatietechnologie, de draadloze radiocommunicatie. Bij deze gelegenheid de korte monografie over Marconi uit het boek Technisch Top van Ton van Doorn† Hier te koop: http://shop.newscientist.nl/shop/technisch-top/121188171/kopen.html en hier is het verhaal over Marconi te lezen als PDF page from TechnischTop_spreads_26_mei_2015 kopie

page from TechnischTop_spreads_26_mei_2015 kopie

 

 

 

Read article

Schermafbeelding 2016-04-20 om 11.34.05

1876

Alweer een robotmens, een ‘godin’ nog wel.

News

april 20, 2016

Schermafbeelding 2016-04-20 om 11.34.05

Vorige week is een ultra-realistische robot onthuld door onderzoekers van de Universiteit van Wetenschap en Technologie in China (USTC). Jia Jia, zoals de vrouwelijke robot is genoemd, is in staat tot elementaire communicatie, interactie met mensen in de buurt, en tot natuurlijke gezichtsuitdrukkingen. Helaas zijn veel van haar voorgeprogrammeerde interacties zeer stereotiep.

Bijvoorbeeld, als Jia Jia merkt dat iemand een foto van haar neemt, ze zal de fotograaf vragen om een paar passen achteruit te doen omdat anders haar gezicht te dik lijkt op de foto. Jia Jia komt niet veel verder dan dat.. Essentiële menselijke emotionele reacties zoals lachen en huilen zitten niet in het repertoire van de robot. Haar handen zijn ook levenloos gelaten. Ze reageert verder superonderdanig. Op de groet “Hallo,” komt direct het antwoord: “Ja, mijnheer. Wat kan ik voor u doen?”
We hebben onlangs een paar andere ultra-realistische vrouwelijke robots gezien. Een paar weken geleden presenteerde een ontwerper uit Hong Kong “Mark 1″, een $ 50.000 kostende vrouwelijke robot hij zelf heeft gebouwd naar het evenbeeld van actrice Scarlett Johansson. Het project, dat een jaar vergde, was vermoedelijk de vervulling van een jongensdroom. Net als Jia Jia, is Mark 1 in staat tot elementaire menselijke interactie. Mark 1 overtreft eigenlijk Jia Jia omdat hij zijn ledematen kan bewegen, zijn hoofd draaien, buigen, glimlachen en knipogen.
En dat is slechts het meest recente voorbeeld. Vorig jaar kwamen onderzoekers van het Intelligent Robotics Laboratory van Osaka University in Japan en Shanghai Shenqing industrie in China met Yangyang, een dynamische robot die griezelig lijkt op Sarah Palin. Yangyang beschikt meer dan Jia Jia overmaken mogelijkheden om te knuffelen en handen te schudden.
De USTC onderzoekers deden drie jaar over het ontwikkelen van Jia Jia, een hobbyproject. En ze zijn nog niet klaar. Teamleider Chen Xiaoping hooptzegt dat hij hoopt hun creatie te vervolmaken door haar uit te rusten met kunstmatige intelligentie door middel van z.g. deep learning zodat zij het vermogen krijgt om gezichtsuitdrukkingen van mensen te herkennen, aldus Xinhua News. Chen hoopt van Jia Jia een
intelligente ‘robot godin te maken. Hij voegt eraan toe dat dit een prototype is en nog onbetaalbaar is en dat nog geen rekening is gehouden met massaproductie.

http://www.digitaltrends.com/cool-tech/robot-goddess/?&utm_term=DT%20Newsletter%20-%20Daily%20Subscribers 3/7

Read article

All the movies, images, emails and other digital data from more than 600 basic smartphones (10,000 gigabytes) can be stored in the faint pink smear of DNA at the end of this test tube.Tara Brown Photography/ University of Washington

6379

supergeheugen in DNA

News, Publications

april 16, 2016

The Molecular Information Systems Lab research team: Front (left to right): Bichlien Nguyen, Lee Organick, Hsing-Yeh Parker, Siena Dumas Ang, Chris Takahashi. Back (left to right): James Bornholt, Yuan-Jyue Chen, Georg Seelig, Randolph Lopez, Luis Ceze, Karin Strauss. Not pictured: Doug Carmean, Rob Carlson, Krittika d’Silva. Credit: Tara Brown Photography/University of WashingtonTara Brown Photography/University of Washington

The Molecular Information Systems Lab research team: Front (left to right): Bichlien Nguyen, Lee Organick, Hsing-Yeh Parker, Siena Dumas Ang, Chris Takahashi. Back (left to right): James Bornholt, Yuan-Jyue Chen, Georg Seelig, Randolph Lopez, Luis Ceze, Karin Strauss. Not pictured: Doug Carmean, Rob Carlson, Krittika d’Silva. Credit: Tara Brown Photography/University of WashingtonTara Brown Photography/University of Washington

Technologie bedrijven bouwen voortdurend enorme datacenters om al onze babyfoto’s, financiële transacties, grappige kat video’s en e-mailberichten op te slaan. Maar met een nieuwe techniek ontwikkeld door de Universiteit van Washington en Microsoft onderzoekers kan de ruimte die nu nog nodig is voor een datacentrum ter grootte van een flinke supermarkt krimpen tot het formaat van een suikerklontje.

In een presentatie tijdens de ACM International Conference over ondersteuning van programmeertalen en besturingssystemen, heeft het team van informatici en elektrotechnici gedetailleerd uiteengezet hoe één van de eerste complete systemen werkt voor het coderen, opslaan en ophalen van data met behulp van DNA-moleculen. Dat gaat dan miljoenen malen compacter dan met de huidige chiptechnologie.

All the movies, images, emails and other digital data from more than 600 basic smartphones (10,000 gigabytes) can be stored in the faint pink smear of DNA at the end of this test tube.Tara Brown Photography/ University of Washington

All the movies, images, emails and other digital data from more than 600 basic smartphones (10,000 gigabytes) can be stored in the faint pink smear of DNA at the end of this test tube.Tara Brown Photography/ University of Washington

 

Auteurs van het artikel zijn James Bornholt (promovendus in de computerwetenschap), Randolph Lopez (promovendus in bioengineering), Luis Ceze, (universitair hoofddocent informatica en techniek), Georg Seelig (universitair hoofddocent elektrotechniek en informatica en engineering) en Microsoft onderzoekers Doug Carmean en Karin Strauss.

In een bepaald experiment codeerde het team met succes digitale gegevens van vier beeldbestanden in de nucleotidesequenties van synthetische DNA-fragmenten. Nog belangrijker, ze waren ook in staat om dat proces om te keren – het ophalen van de juiste sequenties uit een grotere pool van DNA en de beelden te reconstrueren zonder verlies van een enkele byte aan informatie. Het team heeft ook gegevens weggeschreven en weer opgehaald die gearchiveerde videobestanden verifieert van het project Stemmen van het Rwanda-tribunaal, dat interviews bevat met rechters, advocaten en ander personeel van de Rwandese oorlogsmisdaad-tribunaal.

‘DNA slaat de informatie op die nodig is voor een levend organisme op een doelmatige en duurzame manier op’, stelt co-auteur Luis Ceze. ‘We geven deze opslagcapaciteit in wezen een herbestemming om digitale gegevens op te slaan – foto’s, video’s, documenten – op een beheersbare manier voor honderden of duizenden jaren.’

 

Schermafbeelding 2016-04-16 om 14.12.19

Lee Organick, a UW computer science and engineering research scientist, mixes DNA samples for storage. Each tube contains a digital file, which might be a picture of a cat or a Tchaikovsky symphony.Tara Brown Photography/ University of Washington

 

 

De omvang van het digitale universum – alle computerbestanden ter wereld – doorbreekt naar verwachting in 2020 de grens van 44 x 10 tot de twaalfde macht gigabytes. Dat is een vertienvoudiging ten opzichte van 2013, en dat is evenveel data als er nu passen in zes stapels tablets even hoog als de afstand van de aarde naar de maan. Hoewel alle informatie niet hoeft te worden bewaard, neemt de productie van gegevens sneller toe dan de opslagcapaciteit. Flash drives, harde schijven, magnetische en optische media – DNA-moleculen kunnen gegevens vele miljoenen malen dichter opeenpakken dan deze technologieën voor digitale opslag. Deze media gaan ook kapot na enkele jaren of decennia, terwijl DNA informatie eeuwen kan behouden.

DNA is beter geschikt voor archivering dan voor directe benadering van data.De onderzoekers ontwikkelden een nieuwe benadering om de lange reeksen enen en nullen in digitale gegevens om te zetten in de vier DNA-bouwstenen – adenine, guanine, cytosine en thymine.’Hoe ga je vanuit enen en nullen naar As, Gs, Cs en Ts is werkelijk van belang, want als je het slim aanpakt, kun je deze zeer compact maken zonder dat je veel fouten krijgt’, stelt co-auteur Georg Seelig. ‘Als je het verkeerd aanpakt, krijg je juist veel fouten.’ De data wordt in stukjes gehakt en opgeslagen door het synthetiseren van een enorm aantal kleine DNA-moleculen, gedehydreerd of verduurzaamd voor langdurige opslag.De UW- en Microsoftonderzoekers hebben  ook  het random acces-vermogen aangetoond  – om de juiste sequenties te identificeren en op te halen uit deze grote verzameling van willekeurige DNA-moleculen, vergelijkbaar met het reconstrueren van een hoofdstuk van een boek  uit een bibliotheek van verscheurde boeken.

De onderzoekers hebben het vermogen van “random access” aangetoond – het vermogen dus om de juiste volgorde te bepalen om willekeurig gerangschikte DNA-moleculen, vergelijkbaar met het op volgorde leggen van losse pagina’s die uit een boek zijn gescheurd en door elkaar liggen.

Om op een later toegang te hebben tot de opgeslagen gegevens, coderen de onderzoekers ook wat je de postcodes en huisadressen in de DNA-sequenties kunt noemen. Dat gebeurt met behulp van Polymerase Chain Reaction (PCR) technieken – die vaak gebruikt worden in de moleculaire biologie. Die markeringen helpen hen gemakkelijker de postcodes ze zoeken te identificeren. Met behulp van DNA-sequencingtechniek, kunnen de onderzoekers vervolgens de gegevens uitlezen en terugvertalen naar een video-, afbeelding- of documentbestand door de data aan de hand van de straatadressen opnieuw te ordenen.

Momenteel is de grootste barrière voor levensvatbare DNA-opslag de kostprijs en efficiëntie waarmee DNA op grote schaal kan worden gesynthetiseerd (of bereid) en gesequenced (uitgelezen). Maar de onderzoekers zeggen dat er geen technische belemmering is.

Vooruitgang in de DNA-opslag vertrouwt op technieken uit de biotechnologie-industrie, maar ook op kennis uit de computertechnologie. De encodingaanpak van het team, bijvoorbeeld, is gebaseerd op de foutcorrectie die vaak wordt gebruikt in computergeheugen. ‘Dit is een voorbeeld waar we iets van de natuur lenen – DNA – om informatie op te slaan. Maar we gebruiken wat we kennen van computers – hoe je in het geheugen fouten corrigeert – passen dat toe in de natuur’, zegt Ceze. ‘Deze multidisciplinaire aanpak is wat dit project spannend maakt. We putten uit een verschillende disciplines om de grenzen van wat mogelijk is met DNA op te verleggen.’

‘En daarmee creëren we een opslagsysteem met een ongekende dichtheid en duurzaamheid’, zegt Karin Strauss

Het onderzoek is gefinancierd door Microsoft Research, de National Science Foundation, en de David Notkin Endowed Graduate Fellowship.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Luis Ceze:luisceze@cs.washington.edu , Georg Seelig bij gseelig@u.washington.edu. of Karin Strauss: TNRPR@we-worldwide.com.

 

 

 

http://www.washington.edu/news/2016/04/07/uw-team-stores-digital-images-in-dna-and-retrieves-them-perfectly/

Read article

Schermafbeelding 2016-04-13 om 11.44.39

2817

Siemens zint op overname Emerson Electric (Handelsblatt)

News, Uncategorized

april 13, 2016

Siemens Chief Executive Joe Kaeser maakt misschien van 2016 opnieuw een jaar van grote overnames.

Het Münchense concern gevestigde Siemens is in gesprek met Emerson Electric om diens elektriciteitsnetwerk te kopen, melden persbureaus Reuters en Bloomberg.

Het bedrijf zou vier miljard dollar of 3,5 miljard euro waard zijn volgens Reuters. Emerson Network Power had een omzet van $ 4,4 miljar in het 2015.

Siemens heeft sinds december 2013 zo’n tien miljard dollar uitgegeven aan overnames. Het weigerde commentaar te geven op de berichten.

De Emersondeal zou Siemens’ grootste zijn sinds de overname ter waarde van $ 7,6 miljard van de Amerikaanse specialist in olie-apparatuur Dresser Rand vorig jaar.

Sinds Kaeser ceo werd in augustus 2013, heeft Siemens met het kopen en verkopen van activiteiten gepoogd de winstgevendheid en omzet te verhogen om de concurrentie met aartsrivalen General Electric, het Zwitserse ABB en het Franse Schneider Electric bij te houden.

Siemens is ook in gesprek met de Spaanse windturbinemaker Gamesa over een mogelijke fusie of een combinatie van activiteiten met Siemens Windturbines, dat tot ‘s werelds grootste fabrikant van windturbines zou kunnen leiden .

Amerikaanse bedrijven waren een belangrijk doel het afgelopen jaar. In januari kocht Siemens kocht de Amerikaanse softwarespecialist CD-Adapco voor bijna $ 1 miljard. een overname, waarvoor Kaeser kritiek kreeg vanwege de hoge prijs die Siemens betaalde.

Het in St. Louis gevestigde Emerson stelde vorig jaar juni dat het af wilde van om zijn elektriciteitsnetwerk om zich te concentreren op industriële automatisering en klimaattechnologieën. Het Amerikaanse bedrijf is ook in gesprek met private equity firma’s, met inbegrip van Platinum Equity, om het bedrijf af te stoten, terwijl andere bedrijven ook interesse hebben getoond, meldde Reuters.

Bron; Handelsblatt

Schermafbeelding 2016-04-13 om 11.44.10

 

https://global.handelsblatt.com/edition/402/ressort/companies-markets/article/reports-siemens-eyes-u-s-acquisition

Read article

Tesla Model S

2630

Massaal duurzaam elektrisch rijden vergt wel wat meer dan een Kamermeerderheid

Opinions

april 11, 2016

Spijkstaal_1969_(1)

Spykstaalwagen van de melkman, 1969

telsa-model-S

Klik hier voor de PDF elektrische-auto

elektrische-auto

 

Dus een Kamermeerderheid wil dat wij over tien jaar alleen nog maar in elektrische auto’s rijden. Wie wil weten wat voor consequenties dat heeft voor onze omgeving moet eens een kijkje nemen in de Duitse bruinkoolmijnen. Daar graven machines zo groot als flatgebouwen de bruinkoollaag weg compleet met oude dorpen en al, een maanlandschap van vele tientallen vierkante kilometers achter zich latend.

Nu wordt dat hele landschap wel weer netjes heringericht, maar het geeft een indruk van de omvang van de dagbouwmijnen die nodig zouden zijn als wij de verbrandingsmotor massaal inruilen voor elektrische tractie. Elektromotoren, batterijen en elektronica in het algemeen vergen namelijk aanzienlijke hoeveelheden zeldzame aardmetalen. De meest opvallende eigenschap van deze metalen is dat zij niet zeldzaam zijn. Ze zijn overal te vinden. Bij wijze van spreken in je achtertuin. Je zou beter kunnen spreken van lage dichtheid ertsen: rijk ijzer erts bevat tot meer dan 80% ijzeroxide, bij zeldzame aardmetalen liggen die concentraties tussen de 3% en 10% en komen in het erts vele elementen voor wat raffinage bewerkelijk maakt. Van sommige metalen ligt de concentratie in het erts ver onder de 1%. Dus moet je geweldige hoeveelheden grond omspitten en bewerken om er wat van te winnen.

Ik noem Duitsland als voorbeeld omdat het voor u en mij dichtbij is en omdat het verduurzaming door elektrificatie hoog in het vaandel heeft. Wil je werkelijk zien hoe het er aan toe gaat bij de winning en raffinage van – om er een paar te noemen lanthanium, cerium, neodymium, praseodymium, samarium of terbium, reis dan naar Taobou in Binnen-Mongolië waar zich waarschijnlijk de grootste gifbelt ter wereld bevindt, een ecologische ramp vergelijkbaar met de moedwillige drooglegging van het Aralmeer (door landbouwirrigatie). Vooralsnog dus exporteert Europa de milieugevolgen van een duurzame elektrificatie naar China.

En het echte werk moet nog beginnen: er worden nu enkele honderdduizenden elektrische auto’s per jaar geproduceerd op een totale autoproductie van zo’n 90 miljoen exemplaren waarvan 17 miljoen in Europa. Wereldwijd werden in 2015 ruim 400.000 elektrische auto’s verkocht en er rijden er nu zo’n 1,1 miljoen rond op 1,2 miljard.

Dat betekent als wij bij de huidige stand der techniek in Europa op zelfvoorzienende wijze via elektrificatie willen verduurzamen, we bereid moeten zijn met van die voort gravende bruinkoolflatgebouwen ons gehele continent zo ongeveer om te schoffelen voor de benodigde aardmetalen.

Je kunt tegenwerpen dat dit slechts een moedwillig apocalyptische projectie is omdat de techniek voortschrijdt en technische vooruitgang heeft altijd oplossingen gebracht. Maar datzelfde argument geldt voor de klimaatwetenschap die dit alles in beweging heeft gezet. Ook klimaatmodellen zijn slechts angst inboezemende projecties, momentopnamen gemaakt met de stand van de kennis op dit moment.

Wie zich een beetje in de kwestie verdiept stuit op allerlei veelbelovend onderzoek dat de massale doorbraak van de elektrische auto op een milieuvriendelijke manier mogelijk moet maken. En ook windenergie want dynamo’s zijn in principe identiek aan elektromotoren, ze worden alleen aangedreven in plaats dat ze aandrijven. Zonder permanente magneten en dus zonder zeldzame aardmetalen kun je ook elektromotoren maken, namelijk met elektromagneten. Alleen zijn die vooralsnog veel grotere en zwaarder (want je hebt veel koper nodig) en stukken minder krachtig en efficiënt want de elektromagneten zorgen voor extra stroomverbruik. Vandaar dat neodymium wordt gebruikt in elektromotoren met permanente magneten. Er wordt ook gezocht naar allerlei tussenoplossingen: nieuwe elementen, slimmer magnetiseren, betere softwarematige besturing om allerlei ongewenste magnetische invloeden, zwerfstromen en wat dies meer zij te voorkomen of te onderdrukken.

De LED-lamp, de continu variabele transmissie van DAF, de Quooker kokendwatertapkraan, elk willekeurig technologisch vernieuwend industrieel product vergde zo’n 25 tot 50 jaar om vanaf idee, via research, proof of principle, prototype, demonstratiemodel en uiteindelijke certificatie naar kinderziektevrije serieproductie te ontwikkelen.

Het duurt nog wel even voordat de elektromotor en de generator waar geen neodymium in zit even goed zijn als die met dat metaal. Lithium gebruiken voor een batterij is minder schadelijk dan nickel maar ook lithiumwinning is milieuvervuilend. En dus rijden we niet allemaal volgend jaar duurzaam elektrisch. Het bouwen van lichtgewicht carbonfibre carrosserieen van elektrische auto’s om te compenseren voor het gewicht van batterij en motoren, kost veel meer energie dan het maken van een stalen koetswerk en ook carbon hergebruiken kost veel energie.

Elektrische auto’s zullen daarom voorlopig een nicheproduct blijven. Ze zijn uitstekend voor stadsvervoer: vaak optrekken en remmen. Zet ze in als taxi en bestelauto. Een elektromotor levert bij elk toerental zijn maximale koppel en kan remenergie terug leveren aan de batterij. En hij zet daarom ongeacht rijstijl 85% van de verbruikte energie om in arbeid. Een verbrandingsmotor (levert bij constante belasting een rendement van 50%) zet in de stad al gauw niet meer dan 15% van de tankinhoud om in arbeid. In de stad heb je veel stopcontacten. Je kunt volstaan met een kleinere batterij. Dat scheelt wederom zeldzame aardmetalen. Juist daar kun je wind- en zonnestroom goed bufferen in autobatterijen hetgeen de hele stroomvoorziening stabieler en betrouwbaarder maakt.

Het is goed te bedenken dat de hele ‘transitie’ van een fossiele energievoorziening naar een ‘duurzame’ energievoorziening vooralsnog slechts neerkomt op een verschuiving in de mijnbouw van kolen, olie en gas naar delfstofwinning: ook mijnbouw. Dus, gaten boren, graven en hakken, op grote schaal, in de natuur. Een zo mogelijk nog grotere technische opgave is het terugwinnen van die elementen uit onze afgedankte spullen want ook in die afvalstromen zijn hun concentraties akelig laag. Ook dat vergt weer heel veel energie.

Laat beleid daarom in de pas lopen met de stand der techniek. Vergaloppeer je niet aan ambities waarvan zonneklaar is dat die toch niet gehaald worden en die de desillusie in wat politiek vermag alleen maar nog groter maken.

 

Erwin van den Brink/Het Financieele Dagblad, zaterdag 9 april 2016 (Opinie)

 

 

zie ook

http://www.acea.be/statistics/article/key-figures

 

http://www.oica.net/

 

http://www.pitt.edu/~crf30/Writing3.pdf

 

http://carleasingmadesimple.com/the-2015-guide-to-electric-cars/

 

http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S2214993715000032

 

http://www.digitaljournal.com/news/environment/baotou-a-toxic-lake-created-because-of-a-thirst-for-technology/article/430511

 

http://web.mit.edu/12.000/www/m2016/finalwebsite/index.html

 

Read article

NASA_thin_wing

2159

50 % efficiëntere vliegtuigvleugel….?

News

april 8, 2016

NASA_thin_wing

Op deze foto inspecteert Greg Gatlin, NASA ruimtevaart research engineer van NASA Langley Research Center, de m.b.v. een ‘truss’ geschoorde vleugel tijdens het testen in de windtunnel van NASA’s Ames Research Center in Silicon Valley.

 

Vijftig procent minder brandstofverbruik? Hm. Er wordt al decennia gewerkt aan efficiëntere vliegtuigvleugels omdat veel van de weerstand ontstaat door de turbulentie in het kielzog van de vleugel. Maak je de kromming van de bovenzijde minder, dan verminder je ook die turbulentie. Althans je stelt het moment uit waarop de luchtstroom over de vleugel loslaat van het oppervlak en begint te wervelen. De stroom die ‘vastzit’ aan het vleugeloppervlak (dat heet: die laminair is) levert de lift. De turbulentie trekt het vliegtuig als het ware naar achteren. Het ene wil je zoveel mogelijk, het andere juist niet.

Dus maakt je het profiel dunner, minder gebogen. Maar doe je dat teveel, dan is er ook weer minder lift omdat die juist ontstaat door die kromming. (De lucht stroomt daardoor sneller over de vleugel heen dan er onder door en zo ontstaat die opwaartse druk. Moeilijk, moeilijk. Daarbij is een dunne vleugel minder stijf, buigt meer door zit er minder volume in voor brandstof. Ga er maar aan staan.

Toch geven ze bij Boeing en NASA niet op.

Elk beetje extra gewicht in een vliegtuig verhoogt het brandstofverbruik, de uitstoot en dus de kosten van het vliegen. NASA en Boeing hebben samen een ​​langere, dunnere en lichtere vleugel ontworpen – zo anders dan die van de gangbare vliegtuigvleugel dat die het een schor, dat ding dat vanaf de onderkant van de romp naar de onderkant van de vleugel loopt,  vereist om teveel doorbuigen of breken te voorkomen.

De onderzoekers verwachten  het brandstofverbruik  dus te verminderen met ten minste 50% ten opzichte van de huidige vleugelontwerpen  en met 4 tot 8% in ten opzichte van gelijkwaardige geavanceerde vleugelontwerpen die ongeschoord zijn.

Dit windtunnelmodel heeft een 50% grotere spanwijdte dan een vergelijkbare toestellen met de huidige vleugeltechnologie. Dat is gewoon nodig om met zo’n dunne vleugel toch genoeg draagvlak te hebben. Ingenieurs gebruikten gedetailleerde computermodellen  om het ontwerp te optimaliseren. De resultaten daarvan laten zien hoe de lucht rond het model vloeit, ze passen de afmetingen en de vorm van de vleugel aan om ongewenste luchtstromingen en weerstand zoveel mogelijk te minimaliseren en lift de optimaliseren. De modeluitkomsten worden vervolgens gevalideerd in de windtunnel met een schaalmodel

Klik hier voor originele persbericht

Read article

Onderzoekers Kees-Jan Westrate (Syngaschem BV), Erwin Kessels (TU/e) en Michail Tsampas (DIFFER) (v.l.n.r.) werken samen aan de omzetting van zonlicht in brandstof. Credits: Bram Lamers / DIFFER.

2227

Brandstof uit zonlicht – koolstofdioxide, water en groene stroom als bouwstenen voor duurzame chemie

News

april 6, 2016

Onderzoekers Kees-Jan Westrate (Syngaschem BV), Erwin Kessels (TU/e) en Michail Tsampas (DIFFER) (v.l.n.r.) werken samen aan de omzetting van zonlicht in brandstof. Credits: Bram Lamers / DIFFER.

Onderzoekers Kees-Jan Westrate (Syngaschem BV), Erwin Kessels (TU/e) en Michail Tsampas (DIFFER) (v.l.n.r.) werken samen aan de omzetting van zonlicht in brandstof. Credits: Bram Lamers / DIFFER.

31 maart 2016

DIFFER, TU/e en Syngaschem B.V. starten (Chemical) Industrial Partnership Programme

Richard van de Sanden (DIFFER) en Erwin Kessels (TU/e) ontvangen 1,6 miljoen euro om vloeibare brandstoffen te maken uit groene stroom, water en koolstofdioxide. Zij werken samen met Syngaschem B.V. aan het ophelderen van de fundamentele principes achter deze manier van brandstofproductie. Syngaschem BV financiert de helft van het onderzoeksprogramma. FOM en NWO Chemische Wetenschappen financieren samen de andere helft via een (Chemical) Industrial Partnership Programme (CH)IPP.

 

Door de snelle groei van groene elektriciteitsproductie ontstaat er behoefte aan chemische processen die in plaats van fossiele grondstoffen elektriciteit gebruiken. Dat is bijvoorbeeld relevant bij grootschalige inzet van duurzame, fluctuerende energiebronnen zoals windturbines en zonnepanelen. Door hun tijdelijke stroomoverschotten om te zetten in vloeibare brandstof ontstaat een duurzame energie-infrastructuur.

 

De onderzoekers van het Nederlandse instituut voor funderend energieonderzoek DIFFER, de afdeling Technische Natuurkunde van de Technische Universiteit Eindhoven en het bedrijf Syngaschem B.V. bundelen hun krachten om groene stroom efficiënt om te kunnen zetten in vloeibare koolwaterstoffen met een hoge energiedichtheid, zoals benzine. Kees-Jan Weststrate (Syngaschem BV, project manager) licht toe: “Als we deze specifieke vorm van brandstofproductie goed begrijpen creëren we tegelijk ook mogelijkheden voor het maken van andere hoogwaardige chemische producten. Producten op basis van koolstof zijn niet weg te denken uit onze maatschappij, en op deze manier kunnen we die chemicaliën blijven produceren zonder van fossiele bronnen afhankelijk zijn.”

 

DIFFER-directeur Richard van de Sanden is verheugd over deze nieuwe samenwerking: “Grootschalige en efficiënte opslag van duurzame energie is waar het in de energietransitie om draait. Hoe krijgen we schone energie op de tijd en plaats waar de gebruiker hem wil? Er zijn veel concepten, vaak nog met een laag rendement. Om dat rendement te verbeteren is fundamenteel onderzoek nodig in samenwerking met het bedrijfsleven: alleen dan weet je zeker dat je de juiste uitdaging aanpakt om grootschalige toepassing van je idee mogelijk te maken.”

 

Op het raakvlak van chemie en fysica

Het onderzoek kent zowel chemische als fysische aspecten: de partners zijn actief op het gebied van elektrochemie, katalyse, oppervlaktereacties, spectroscopie en plasmafysica. Om deze reden hebben NWO Chemische Wetenschappen (CW) en de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie FOM samenwerking gezocht en is een multidisciplinair onderzoek tot stand gekomen: een mix van een Industrial Partnership Programme (IPP) van FOM en een Chemical Industrial Partnership Programme (CHIPP) van NWO CW.

 

Topsector Chemie

Het onderzoek sluit aan bij de Topsector Chemie en bij het Innovatiefonds Chemie (IFC) van CW, waarmee NWO bijdraagt aan de Topsector Chemie. Voor dit nieuwe onderzoeksprogramma is een zogenaamde TKI-toeslag aangevraagd, die onderdeel is van de programmabegroting. Deze bedraagt ongeveer 25 procent over de in-cash private bijdragen.

 

Meer over de partners

In het (CH)IPP programma slaan het Nederlandse instituut voor funderend energieonderzoek DIFFER en de onderzoeksgroep Plasma and Materials Processing (PMP) van de Technische Universiteit Eindhoven de handen ineen met het onderzoeksbedrijf Syngaschem BV. DIFFER (www.differ.nl) is onderdeel van FOM en NWO en heeft als missie het uitvoeren en ondersteunen van onderzoek naar de energie van de toekomst. De twee hoofdthema’s van DIFFER zijn duurzame energieproductie uit kernfusie en grootschalige opslag van duurzame energie in de vorm van solar fuels. De onderzoeksgroep PMP van de TU Eindhoven is gespecialiseerd in technieken om fysische en chemische processen efficiënt te laten verlopen op oppervlakken, vooral voor toepassingen op het gebied van duurzame energieopwekking en energieopslag.  Syngaschem BV (www.syngaschem.com) is een privaat Nederlands onderzoeksbedrijf, opgericht in 2013 door hoogleraar Hans Niemantsverdriet en sinds januari 2016 gevestigd in het DIFFER-gebouw op de TU/e-campus. De missie van dit nieuwe SynCat@DIFFER laboratorium is de opslag van groene elektrische energie in de vorm van schone brandstoffen, met als centrale stappen de vorming en omzetting van synthesegas (syngas). Syngaschem BV is op zoek naar fundamenteel begrip als motor van technologische doorbraken. Syngaschem BV is research partner van Synfuels China Technologies Co. Ltd., een uit de Chinese Academy of Sciences afkomstig bedrijf dat in China leidend is in schone coal‐to-liquids technologie. 

 

Read article

Hennepbeton-04

2338

Een huis van hennep

News

april 5, 2016

 hennephuis Hennepbeton-04

 

Een duurzame en energiezuinige woning. Zo beschrijft Albert Dun, oprichter en directeur van Dun Agro, de hennepwoning die zijn bedrijf heeft ontwikkeld. Vezelhennep is een ongebruikelijk bouwmateriaal, maar Dun is hier lovend over. “De hennepwoningen hebben een hoge isolatiewaarde. Dat geldt voor zowel voor de temperatuur (warmte en koude) als voor het geluid. Bovendien zijn ze 100 procent natuurlijk en betaalbaar”, stelt Dun. Bio based woningen was woensdag 30 maart het onderwerp van BNR Bouwmeesters.

Dun Agro, gevestigd in het Groningse Oude Pekela, verwerkt en teelt vezelhennep. Sinds zeven jaar is Dun Agro bezig met het ontwikkelen van een woning gemaakt van hennepbeton. Hennepbeton is een mengsel van hennephout, natuurlijke lijm en water.

Houtachtig

“Hennep dient bij onze hennepwoningen als bouwmateriaal voor de wanden, daken en vloeren. De kern van de hennepplant is houtachtig. De frameconstructie bestaat uit houtskeletbouw en de hennep zelf wordt er hier door ons ingeperst. Testen wijzen uit dat het net zo sterk is als gewone houtskeletbouw. We hebben een test gedaan met het oog op een aardbeving en dat leverde een heel positief resultaat op. Dat rapport wordt binnenkort openbaar gemaakt. Het voordeel van hennephout is dat het niet uitzet, als het nat wordt. Alle andere houtsoorten krimpen of zetten wel uit, als die nat worden. Dat doet hennep dus niet. Je hoeft daarom geen extra ventilatie te hebben om vocht uit de woning te laten. Dit heet damp-open”, zegt Dun.

Dunagro heeft in de zomer van 2012 de eerste hennepwoning in Nederland gebouwd. Deze demonstratiewoning is te bezichtigen aan de Raadhuisweg 11 in Oude Pekela. Een tweede demogebouw met verschillende buitenafwerkingen staat vanaf 10 april op de Kop van Jafa (Fabcity) in Amsterdam

“Het maken van woningen van hennepbeton is niet nieuw en wordt over de hele wereld gedaan. Wat wel nieuw is, is het prefab bouwen van woningen gemaakt van hennepbeton. Prefab wil zeggen dat er gebruik wordt gemaakt van voorgefabriceerde (prefab) onderdelen. Dit heeft een groot voordeel ten opzichte van het ambachtelijk bouwen van hennepwoningen. Het prefab bouwen gaat vele malen sneller, waardoor het veel voordeliger is”, zegt Dun. “Ambachtelijk bouwen is in Nederland ook niet te betalen. We hebben daarom de factor arbeid eruit gehaald. De woningen zullen machinaal worden geproduceerd, waardoor de hennepwoningen betaalbaar zullen worden. Ze zijn ongeveer 10 procent duurder dan vergelijkbare woningen, maar dan zijn ze ook nul op de meter.”

Eind dit jaar zal het eerste prefab gebouwde bewoonbare hennephuis in Groningen klaar zijn.

Luister hier de uitzending

 

http://www.orga-architect.nl/2015/08/05/hennepbeton/

Read article

pbIADT-CYBER-SECURITY-CENTERS-2016-PRINT

2738

Siemens opent Cyber Security Operation Centers ter bescherming van industriële installaties:

News

april 4, 2016

pbIADT-CYBER-SECURITY-CENTERS-2016-PRINT
  • Operation Centers voor Industrial Security in Europa en de VS

  • Continue bewaking van industriële installaties wereldwijd

  • Vroegtijdige detectie van gevaren en gecoördineerde tegenmaatregelen

    Siemens heeft de “Cyber Security Operation Centers” (CSOC) ter bescherming van industriële installaties geopend. Deze Centers zijn gevestigd in Lissabon en München, alsmede Milford (Ohio, VS). Vanuit deze locaties controleren Industrial Security-specialisten van Siemens overal ter wereld industriële installaties op mogelijke cyber-bedreigingen, waarschuwen ondernemingen bij veiligheids- incidenten en coördineren de inzet van proactieve tegenmaatregelen. Deze veiligheidsmaatregelen maken deel uit van de omvangrijke Plant Security Services van Siemens. Siemens ondersteunt hiermee ondernemingen in de productie- en procesindustrie tegen de voortdurend veranderende veiligheidsrisico’s en zorgt zo voor een betere beschikbaarheid van hun installaties.

    De toenemende integratie van industriële infrastructuren in netwerken (“Internet of Things”, “Industrie 4.0″) vereist adequate veiligheidsmaatregelen voor automatiseringsomgevingen. Hier komen de Plant Security Services van Siemens in beeld: van analyse van de veiligheidssituatie (security assessment), de implementatie van veiligheidsmaatregelen, zoals firewalls of antivirusprogramma’s (security implementation) tot continue, door de CSOC’s zelf uitgevoerde bewaking van installaties met managed security services. Zodra de Siemens-experts een verhoogd risico vaststellen, waarschuwen ze de klant vroegtijdig, geven advies over proactieve tegenmaatregelen en coördineren de uitvoer ervan. De maatregelen zijn afgestemd op de ernst van het incident en de mogelijke gevolgen voor de business van de klant. Mogelijke maatregelen zijn onder andere het aanpassen van firewallregels of het ter beschikking stellen van updates om veiligheidstekortkomingen te verhelpen. Daarnaast biedt Siemens forensische analyse van veiligheidsincidenten. Op deze wijze kunnen ondernemingen rapportages opstellen die voldoen aan internationale normen, zoals ISO 27002 of IEC 62443 en wettelijke voorschriften. Bovendien krijgen de ondernemingen zo een helder overzicht van de veiligheidsstatus van hun installaties. Voor de Plant Security Services gebruikt Siemens producten van haar partner Intel Security, waaronder McAfee VirusScan, McAfee Application Control, McAfee ePolicy Orchestrator (ePO) alsmede McAfee Enterprise Security Manager met Security Information en Event Management.

Read article

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

1653

Britten slaan netstroom op in een megabatterij

News

april 1, 2016

 

Een enorme batterij zal worden gebruikt voor het testen van grootschalige opslag van energie door E.ON en Uniper

 

 

In Groot Brittannie is een van de grootste batterijen voor opslag van overtollige elektriciteit aangesloten op het net als onderdeel van nieuw onderzoek onder leiding van de Universiteit van Sheffield.
De faciliteit die £ 4 miljoen kost staat bij het Willenhall onderstation vlak bij Wolverhampton en wordt geëxploiteerd door het onderzoeksteam van de Universiteit van Sheffield in het kader van het Energie 2050-initiatief, in samenwerking met Aston University en University of Southampton. Eén van de eerste projecten zal worden uitgevoerd door de energiebedrijven E.ON en Uniper. De bedrijven zullen kijken naar toekomstige mogelijkheden voor grootschalige energieopslag en naar de problemen die verband houden met het aansluiten van dergelijke batterijen op het net.
De installatie is een van de drie grootste batterijen in het Verenigd Koninkrijk – en maakte gebruik van een lithium-titanaatbatterij, geleverd door Toshiba.
Het Japanse lithium-titanaat (SCiB) systeem,levert 2 MW vermogen op het 11kV-net. De batterij heeft een lange levensduur en is bestand tegen meer dan 10.000 keer laden en ontladen. Hij heeft een hoge mate van betrouwbaarheid en operationele veiligheid, met name als het gaat om het risico op brand, een bekend gevaar bij lithium-ion batterijen in het algemeen.
Lithium-titanaat SCiB batterijen hebben het vermogen om snel op te laden en ontladen in een breed temperatuurspectrum. Dit betekent dat de Willenhallfaciliteit in staat is om ongelooflijk snel elektriciteit af te staan of op te nemen al naar gelang de eisen van landelijke stroomnet.
Professor David Stone, directeur van het Willenhall Facility en het Centrum voor Electrical Energy Storage aan de Universiteit van Sheffield: “Als de vraag naar energie stijgt zijn opslagsystemen nodig om het aanbod in evenwicht te brengen. De eerste commerciële projecten komen nu in bedrijf maar er zijn nog veel technische problemen die moeten worden overwonnen om de mogelijkheden van deze technologie optimaal te benutten en om de kosten te verlagen.”
“Deze speciale nationale onderzoeksfaciliteit is ontworpen om beter te kunnen reageren op pieken in de vraag en hij is staat ter beschikking beschikbaar van om andere academische en industriële onderzoeksprojecten.”
Arne Hauner, chef innovatie bij Uniper: “E.ON en Uniper zullen de Willenhall batterij gebruiken om ondersteunende diensten te leveren aan het elektriciteitsnet. Ook willen we de werking vergelijke met andere systemen die we momenteel gebruiken. ”
De universiteiten van Sheffield, Aston en Southampton, willen ook kijken in hoeverre gebruikte autobatterijen accu’s geschikt zijn het bufferen elektriciteit. Dit ‘tweede leven’ systeem gaat later dit jaar in bedrijf, met als doel te kijken of autoaccu’s samen als een grote batterij kunnen functioneren.

http://www.imeche.org/news/news-article/video-giant-battery-launched-to-tackle-energy-storage-challenges

 

 

 

Read article